Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 225. Methode der kleinste vierkanten. De methode der kleinste vierkanten leert de meest waarschijnlijke waarde van grootheden berekenen uit meer waarnemingen dan voor de bepaling dier grootheden noodzakelijk zijn.

§ 226. Middelbare fout. Ten einde de nauwkeurigheid van de metingen en van de daaruit afgeleide resultaten te kunnen beoordeelen, wordt de middelbare fout (eene verkorting van de middelbare waarde der fouten) in de metingen en in de resultaten berekend.

§ 227. Waarnemingsfouten. De grootheden, die door metingen worden verkregen, zijn alle min of^ meer aangedaan met fouten.

Bij deze fouten onderscheiden wij: 1". constante en regelmatige of systematische fouten, 2°. toevallige of onregelmatige fouten.

Wanneer de waarnemingen aan berekeningen volgens de methode der kleinste vierkanten worden onderworpen, moeten zij zooveel mogelijk ontdaan worden van de constante en van de regelmatige fouten, zoodat daarin, zoo mogelijk, alleen toevallige of onregelmatige fouten van waarneming voorkomen.

De constante en' regelmatige fouten zijn. een gevolg o.a. van onvolkomenheden in de meetwerktuigen, van het niet geregeld zijn van de instrumenten, ook van invloeden buiten de instrumenten als temperatuursverschillen en anderszins — voor zoover deze. invloeden in bepaalden zin werkzaam zijn —, in enkele gevallen ook van onvolmaaktheid van ons waarnemingsvermogen ; de persoonlijke fout bij astronomische metingen bijv. behoort tot deze categorie.

De waarnemingen, waarin dergelijke fouten schuilen: zullen

Sluiten