Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

n = 18, dus n — 2 = 16, alzöö: '

Ook uit deze waarde kan, aangezien:

- - = i> — q = II— I— 180 — (II' — I' + 180°),

de middelbare fout in de enkele aflezing worden berekend; op gelijke wijze als op blz. 414, vinden wij:

mie

nir = —_=0,07. 1 2 '

Volgens de boven gevonden formules (blz. 417 en 418) zijn: hieruit volgt:

me = 0,00015 m.M., mK = 2°,3.

De vergelijking (108) blz. 414 geeft aan, dat de invloed van de excentriciteit grafisch kan worden voorgesteld door eene smusoïde; de vorm van deze lijn is in de voorstelling van de waarden p en q, fig. ƒ, zonder de kromme lijn, dan ook reeds zichtbaar.' De meest waarschijnlijke vorm van deze sinusoïde is geteekend door van af eene as O'X op een afstand gelijk aan A = 0/125 (zie blz. 412), de in de laatste kolom, met behulp van de meest waarschijnlijke waarden van e en K, berekende waarden voor 2p~sin(I—K) uit te zetten.

De afwijkingen — de overblijvende fouten — wijzen op waarnemingsfouten of op fouten in de randverdeeling; globaal kan een besluit omtrent de aanwezigheid van fouten in de randverdeeling worden genomen door de reeks van waarnemingen een tweede maal te verrichten; herhalen zich de afwijkingen in de voorstelling van p en q ongeveer .op,dezelfde plaatsen en op gelijke wijze, dan zijn deze hoogstwaarschijnlijk toe te schrijven aan fouten in de randverdeeling. (*)

O Zie voor nauwkeurig onderzoek van randverdeelingen o.a.: „Prof Dr Ch M. Schols. Mededeeling omtrent het onderzoek van de randverdeelingen van de theodoheten rn gebruik b« de Rgksdrlehoeksmeting. Verslagen defafdeeling W*s- en Natuurkunde van de Kon. Akademie van Wetenschappen 1894/95",

Sluiten