Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

L In een punt A zijn tusschen de richtingen naar B, G en ^ ci>^

D de navolgende hoeken met de daarbij gevoegde gewichten '^ y^ gemeten:

BAC = 62°27' 5", gewicht 4, (*) BAD = 104°25'36", „ 6, GAD = 41°57'54", „ 6.

Men vraagt de meest waarschijnlijke waarden dier hoeken te berekenen. (Eindexamen voor O. I, Pol. School, 1896).

Noemen wij de meest waarschijnlijke waarde van de hoeken BAG en BAD resp.: U&W*

62°27'5" + 4 en 104°25'36" 4- B,

dan kunnen wij de volgende foutenvergelijkingen opschrijven:

v Xl= 0"— A

x2 = 0"— B, xs = 37" — (— i -ff B). i

De coëfficiënten der normaalvergelijkingen enz. volgen uit onderstaande tabel:

a a [ 0 I P I gaa I gab \gbb\ gap I .gbp I gp2

D 4 +1 I • 0" I 4" . I .. o o 0

2) 6 , . +1 I 0" . .6 Of oio

3) B j — 1 +1 |-87" 5 1-5 5 +185" -185" 6845

9 ! — 5 11 4-185 —185 6845

De normaalvergelijkingen zijn:

9A— 5 5=-. 4-185", — 5 A 4-115 = —185";

waaruit volgt:

A = 4-15", B = — 10",

zoodat de gevraagde meest waarschijnlijke waarden zijn:

BAG = 62°27'20", BAD = 104°25'26", CAD = 41°58' 6".

\ (*> w» bunnen hier onderstellen, dat de eerste meting het resultaat is van

4, de tweede van 6 en de derde van 5 metingen, welke enkele metingen gelijke nauwkeurigheid helmen,

Sluiten