Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ter bepaling van den brandpuntsafstand f passen wij toe de • formule:

fa

P==T'

waarin p den afstand voorstelt van het voorwerp tot het buitenbrandpunt van de lens, x den afstand van het beeld tot het binnenbrandpunt. (*) ÊföwS

Uit directe meting aan den kijker volgt, voor den afstand van de draden tot het objectiefeinde bij het richten op een zeer ver gelegen voorwerp: 336,4 m.M.; uit een voorloopige berekening volgt voor eene benaderde waarde van f: j^T-jn.M.; de bij elkaar behoorende waarden voor p en x die uit bovenstaande gegevens volgen, zijn dan:

p x

2183,4 m.M. 48,7 m.M. ]

3183,4 | 33,6 „

4183,4 „ 25,5 • „ (156)

5183,4 „ 20,6 „ |

6183,4 „ 17,3 „ )

Beschouwen wij" de bovenstaande waarden van p als de gemeten grootheden, dan zal hierin eene constante fout C' schuilen, ten gevolge van de onzekerheid omtrent de waarde van f; ook zullen om dezelfde reden de waarden van x eene constante fout A' vertoonen. De schijnbare fouten in de metingen zullen dan van den vorm zijn:

waarin p1( Xj enz. bovenstaande waarden van p, resp. x voorstellen , A en G de meest waarschijnlijke waarden van de fouten A' resp. G', f = f„ -f- A B de-, meest waarschijnlijke waarde voor den brandpuntsafstand. A, f en C zijn nu onbekenden overeenkomende met A, B » en G in de vergelijkingen (154) blz. 452.- Als benaderde waarden voor deze onbekenden kunnen wij nemen Ao — 0, f„ = 327m.M.

(*) Het optisch centrum wordt als één punt beschouwd , de buitenbrandpuntsafstand wordt gelijk aan den binnenbrandpuntsafstand genomen,

Sluiten