Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dan kunnen wij de foutenvergelijkingen (198) schrijven al's volgt: Xi=Pi~ (Mo + bLB. + ClC„) — j a, (1) + öi (2) + c, (3) j, Xn ■= Pn — (M.„ -f; ö„B0 + c„C0) — j aB (1) + bn (2)-f c„'(3) 'j.' Stellen wij hierbij:

Pi—(a^o+è^-fdC) = rej', d (1) + 6i (2)4-Cl(3) = j

• (202)

A-(aX+W„+c„Q = .<e„', a„(1) 4- &„ (2)f c„(3) « z„"; (*) )

dan zijn dus de schijnbare fouten in de metingen ph p2, Pn *

x\ — 0C\ — x",

Volgens het beginsel der methode van de kleinste vierkanten moet:

[gx2] - minimum

zijn, dus ook:

[g (x' 4- x"f ] = [gx'2] 4- [gx"2] — 2 r/z'a;"] = minimum. In deze uitdrukking is:

[gx'x"]=0;

vermenigvuldigen wij namelijk het tweede stel van de vergelijkingen (202) resp. met g&ï, gxx{, .... gnxn' en tellen dan samen, dan is de som:

/- Iffx' x"] = [gax'] (1) 4- [gbx'} (2) 4- [gcx'] (3);

hierbij echter zijn (zie ook blz. 438):

[gax'] = 0, [gbx'] = 0, [gcx'] = 0; zoodat dus aan de voorwaarde moet worden voldaan:

t '|t£ , [ax'2} 4- [gx"2] — minimum (208)

(*) . »-. , z„' züa hierbtf als schijnbare fouten, x,", x,", ..... 3,," ais

correcties te beschouwen.

Sluiten