Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en prevelingen van bijvoorbeeld vinken en meezen, omdat hun klanken zich niet rijen tot zulke reeksen, dat bij hen mag worden gesproken van een lied.

Maar wij zouden onbillijk zijn, als wij dien eenen winterzanger vergaten, den boomleeuwerik, die in het vierde jaargetijde de lucht melodieus maakt met zijn puur hed. Ik kan niet nalaten enkele versregels te dteeren, die Frederik van Beden wijdde aan deze zingende vreugde onder Holland's luchten, dezen moedigen minstreel: *)

Nu weet ik welke vogel

mijn lievelingsvogel heeten mag,

die even opgetogen

zingt zomernacht en winterdag.

Ik werkte 's winters in het woud, de zon scheen door de dennestammen op fonkelsneeuw met rosse vlammen mijn hakmes blonk en klonk op 't hout.

Daar ging omhoog een kleine schelle met fijnen lichtdoorwaaiden klank; het leeuwerikslied bleef mijn gezelle den heven morgen lank.

Weer luidde 't helle, helle, helle hoog boven bosch en hei, de kleine kleine schelle ging onverpoosd en blij.

') Aangehaald in „Vogelleven in Nederland" van A. B; Wigman.

Sluiten