Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TURDUS MUSICUS.

De dagen lengen en het wil lente worden; huiverend, diep in uw jas gedoken, protesteert ge. nu dezen Maartdag de bitse Oostenwind herinneringen wekt aan den norschen winter en de felle vlagen op u aanvallen. Ge herbegint — en, och ik weet het: niet gansch en al ten onrechte — uw klagelijkste klachten over den brandstoffennood, als is het offlcieele kalendervoorjaar reeds aangebroken. Ge wijst mij op het feit — en ik kan het niet loochenen —, dat des nachts de slooten bevriezen. Maar schoon ge lamentaties aanheft en verontwaardigd zijt, wijl hét nieuwe seizoen u weinig welgezind voorkomt, mijn optimisme is niet meer te verwoesten, nu ik de lente heb herkend, alom bij weg en heg en steg, bij wei en hei, in land en lucht. Den leeuwerik heb ik zien stijgen en zijn tierelierend hed was als een metalen gerinkel bij de voortstuwende wolken. Het eerste kievitsei deed zijn intree in de rubriek „Gemengd Nieuws" en zelfs zag ik reeds — den 22sten Maart — een compleet legsel van die fijn getinte eieren geëtaleerd in een winkel, waar zij als een broze delicatesse in een kristallen schaaltje blij kleurden in een krans van frissche, jonge groente. Een merel sloeg zijn klaren- slag, hel en schel klonk het vinkengerucht in de sparren

Sluiten