Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weer aan de liefdetijd, waarin zijn opgetogenheid, zijn dolle levensvreugde geen grenzen kent en hij van des ochtends vroeg, als nog de weiden overhuifd liggen door melk-witte nevels, tot des avonds laat, wanneer de boomen recht en rustig in den wassenden schemer komen te staan, door kreet en wending uiting geeft aan al wat hem beroert. Zelfs de nacht kan luid worden van zijn gerucht en menigmaal zag ik hem zwenken en zwieren, terwijl in den hemel de maan en sterren fonkelend bloesemden; dan danste op verlichten grond een grillig, rap schaduwtje, dat van geen rust wist.

In Februari, terwijl gij en ik grijpen naar de schaatsen, herzie ik in mijn verbeelding het verrassende voorjaarsgebeuren. Wij zijn zoo héél dicht bij dien gezegenden tijd en als er hier en daar een bloem zich vertoont, een blaadje kleurt en een vogelkreet klinkt, als dit alles wijst op de komende dingen, blijft de fantasie niet langer gebonden in strakke banden en haalt ge het voorjaar naar u toe en, gretig en begeerig, vergeet ge niets van wat u in vroeger jaren bekoorde. Den kievit stelt ge u het eerst voor, omdat hij is de Hollandsche weidevogel, wiens opgewekte clownerieën u uren aaneen kunnen bezig houden. Maar behalve de kievit zijn er nog zoovelen, die ge alle herkent als uw vrienden, al waren deze niet zoo bizonder op uw vriendschap gesteld, omdat jaren van ervaring u hadden geleerd waar zich de nesten met de bontgekleurde legsels bevonden.

Ik hoor weer den puren klank van den slanken, ranken tureluur en ik zie weer zijn vermiljoenroode pootjes blinken, terwijl hij schuw aan den

Sluiten