Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De vinken zwijgen achter 't rookgordijn en zijn eveneens middelpunten van vierkantjes, die bijna op ware grootte op een lei geteekend kunnen worden....

Een blauwe hemel werd een banaal gekalkt plafondje en 't rasterwerk van den tuin probeert een dichtbij kimlijntje te vormen, dat ik met een steen kan raken.

Plant, vogel, noch kruipend dier durft gerucht te maken: de zoldering en de muren zouden plots naar beneden kunnen storten, en wie redt ons van onder de puinhoopen, nu wij de eenigen zijn, die dit nauwbegrensde vaderland bewonen?

Uit den vochtigen tuin sluipt een damp en klimt omhoog, omhoog, omhoog....

Mijn vaderland versmalt zich meer en meer en Wordt één tuin en drie sparren groot....

In de nevels, die geluidloos wassen, verdrinkt de suffe merel...

De grijze dreiging glipt gluiperig over 't rasterwerk en neemt bezit van vijf vierkante meters ....

Ik tel nog tien greppels, waarin het hcht zich verweert tegen den schemer....

De mist maakt gebruik van gassen en wordt bijgestaan door den naderenden avond....

De bondgenooten nemen stormenderhand eenige loopgraven....

Zonder één kreet, zonder één kreuning sterven de laatste glansen, 'die moedig stand poogden te houden....

Nu bestaat het vaderland slechts uit en door

mij....

Ik hoor mijn hortende ademhaling en ik begrijp, dat de raid nu mij geldt....

Sluiten