Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rig schaap-sculptuur. Het tartte den luien wind. die zich rekte en schuchter daarna drentelde door 't eikenhakhout, waar de blaren, verrast, begonnen te babbelen.

Wind riep wind, wolk noodde wolk en de hemel met zijn schapen-populatie zou een goedgeslaagde copie kunnen zijn van Apol. Door de teedre blankheid schemerde nochtans een moeihjk-bedwongen donkre drift; achter het ongenaakbare wit hijgden wilde tochten.

Het briesje zwol tot stuwenden storm, die het luide leven wakker zweepte uit starre en stugge sparren.

De wolken drongen saam als fel-opstandig gepeupel, dat dreigend zweeg Toen sprak een

van de mokkende muiters een rebelsch en grommelend woord, dat klonk in alle luchten, druk en daavrend....

De driften werden donkerder en boven de aarde zwol het zwerk tot duistere haat.

Een gouden discus flitste fel en vlug door 't

zwart gordijn Het rumoerig grauw riep even

later zijn ruige, opgewonden woorden en hun geluiden verstierven eindelijk als gerucht van ratelende ammunitiekarren in de verre verten.

Een nieuwe discus reet een spitse en lange spleet in 't donker doek en nieuwe woorden, vol schimp en schamperheid, loeiden tegen de waggelende, dreunende hemelwanden De winden

vluchtten 't Geluid volgde telkens trouw het

licht en tusschen den bliksem en den donder was de stilte saamgenepen tot een uitgestorven benauwende angst-steeg. Toen — plotseling — was er zelfs geen steeg meer en een boer benutte het

Sluiten