Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wijdheid der heide de eenigszins aan duivengekoer herinnerende klanken der korhoenders : een monotoon geluid in den jongen dag, waarnaar het echter toch wel prettig luisteren is. En indien het geluk u dient, kunt ge in een simpel nestje de eieren der korhoenderen aantreffen met hun lichtbruin fond en donkerrosse vlekjes; luid roffelen de vleugels van de vogels bij uw oor, alsof een patrijzenkoppel verschrikt voor uw voeten opvhegt, wanneer ge hen verrast en zij hun heil zoeken in de vlucht, zich voortspoedende boven dennen en sparren, die nu versche nieuwe scheuten tooien.

De wilde aardbezie bloeit aan de luwe zij der spoorwallen en temidden van het grint tusschen de rails, bloeiend in een wanhopige dorheid, blauwen de teedere viooltjes en overal in het heidelandschap bindt uw aandacht gevangen het uitdagend-blijde botergeel der bremstruiken, die den Zondagschen toerist een welkome buit zijn en die hij in groote menigte plukt om ze in een benauwend-heete coupé te laten liggen, terwijl hij tot overmaat van ramp zijn sigarettendoosjes, sigarenzakjes, boterham papieren en meerdere bezittingen heeft gedeponeerd, waar eens de geschonden struik zijn lichte, zonnige bloemen het vlinderen. Maar de pluk-en-ruk-manie zal pas op de meest volmaakte wijze tot uiting komen, wanneer volop de meidoornen bloeien, die de fatale eigenschap bezitten nog bovendien een aangenamen geur te verspreiden. Wanneer zal ons volk eens leeren op bescheidener en waardiger wijze zijn genegenheid te uiten voor het wondere leven van plant en dier en boom?

Maar ondanks de natuurschennis, roept de

Sluiten