Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die in Friesland vermaard zijn onder den naam hoantsen, in het nerveus en heftig strijdbeweeg nóg meer opvalt. De steekspelende menigte, die ik herhaaldelijk „werkzaam" zag aan den groenen oever der meren, is gewoon de kampplaatsen bij herhaling te bezoeken, zoodat zij tenslotte het met gras begroeide terrein plat treedt en zoodoende een zoogenaamd hoantsjerid vormt. En in die bloemige weien, terwijl de zoele zon hen tot daden drijft en de luwe, speelsche winden strijken door den potsierlijken halstooi, kunt ge elk voorjaar weer opnieuw en aldoor met dezelfde intensiteit de kemphanen vechtlustig zien spelen en koddige krijgsallures zien aannemen. Stom is hun spel, maar trip-trip-trip gaan de teedere pootjes, de wieken bewegen snel en aanhoudend en verwonderlijk geestig is dat voortdurend wenden en keeren, aanvallen en retireeren. En boven deze actie, dit draven en vleugel-slaan, brandt de Hollandsche voorjaarszon, die zoo kwistig is met zijn rijken overdaad van goud, dat zij uitspreidt over de vleugels en kragen der steekspelers, zoodat ze beginnen te glanzen en te gloeien en duizenden tinten vloeien en vlieten over en door den aardig en tooi der kamphanen.

Ge zult geen kemphaan kunnen naderen zóó dicht, dat ge hem met uw hand zoudt kunnen grijpen. Maar toch: wanneer zij vechtend spelen en spelend vechten aan den oever der blauwe en zilveren meren, geven zij zich met zooveel hart en ziel aan hun fleurig, kleurig bedrijf, dat ge geen kijker behoeft om hun zonderlinge opgewekte gedragingen gade te slaan. Pas, wannéér gij al te dicht in hun nabijheid komt en zij gevaar

Sluiten