Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

jongen, meest gevijven, in het boordevolle nestje zitten als reizigers in een propvolle auto: een rij van twee, een rij van drie. Maar ook het akkermannetje in een spoorwal en het geelgorsje in een grillige heiwarrigheid hebben er hun nakomelingen en wanneer gij op een mooien morgen in het laatst van Juni een wandeling maakt langs de spoorlijn, is het opvallend, hoeveel vogels, den bek met voer gevuld, er op de telegraafdraden zitten te wachten. Maar ze zijn zeer argwanend, en niet vóór ge u op een respectabelen afstand hebt verwijderd, vhegen ze naar hun kroost. Veiligheidshalve doen ze dit dikwijls niet op een directe wijze, maar wijselijk langs een omweggetje.

Ik had onlangs nog de buitenkans er het goudhaantje waar te nemen, die in een berk zat en blijkbaar eveneens voor zijn kinderen zorgde: althans zijn snavel was ferm gevuld. Een allergeestigst diertje is dit kleinste onzer vogeltjes met zijn groen ruggetje: zelfs een winterkoning, die toch bezwaarlijk een flinken vogel kan worden genoemd, is hem, wat grootte betreft, nog de baas. Het doet me genoegen, dat hij ook in de nabijheid van Utrecht voorkomt als broedvogel, en ik wensen kan ook van harte, dat althans zijn nest niet een prooi is geworden der niets ontziende heibranden, die omstreeks Sint Jan periodiek schijnen te moeten terugkeer en.

Zelfs vanuit een gemoedehjk voortkuierend locaaltreintje kunt ge in den zomer op prettige wijze waarnemingen doen; zoo'n treinreisje biedt u bovendien een dubbel voordeel; èn van het. landschapsbeeld in zijn geheel kunt ge u een

Sluiten