Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

WANNEER HET VOORJAAR WORDT.

Er lag glans op de wieken der roeken, die in de iepen hun nesten hingen als zwarte mandjes. Het bosch had een zingend hart: een merel, die zijn liefde styleerdemn ronde, metalen tonen. De wind speelde met een citroentje, dat voort werd gedreven als een transparant bloesemblad.

Rondom mij waren geuren: van dampende aarde en bottend blad en héél de wereld lag overpoederd van het goud der zonnevleugelen. De kimmen sidderden van gloed, alsof er veel blinkende stemvorken trilden.

De lente dreef sterk leven in de heggen en de vogels hadden er hun jonge geheimen.

De verweerde hoeven stonden verklaard : oude vrouwen, die zich een rijk jeugd-moment herinneren en tegen de ruiten vhjde zich het hcht als een warme kinderwang.

De leidaken der kerken werden tot blauwige vischruggen, waarover bewogen water heen en weder gleed in duizend glinsteringen.

En ik wist het: het was wederom lente geworden en uit den dood brak het paarlend leven en de dorheid begon te bloesemen in broos-roode en broos-witte kleuren. En ook: de stilte werd melodisch van den naar het hcht geheven zang

Sluiten