Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NATURA CONSOLATRIX.

Wij modernen, generaliseerend gesproken, hebben het contact verloren met de natuur. Wij hebben een goede moeder verlaten en ver van haar zijn wij, stuurloozen, te hoop gedreven in de groote steden, naar waar bij wijlen de geur der wijde velden stroomt en een melodieuse brokkel van haar vogelliederen binnenwaait als een fonkelende scherf geluid, die onze rust vaneen rijt en hunkeringen wekt in ons, fel-levenden, naar den terugkeer en hereeniging met haar, van wie wij ons vervreemdden.

Maar de meesten onzer, als kerft het ontberen ons verlangen tot bloedens toe, kunnen, besloten binnen de snoerende banden van maatschappelijke plicht en norsche noodzaak, den druk en 't neerbuigend wicht van 't vreugd-afdwingend, grimmig materieel leven niet van ons afwerpen. De goede moeder roept en pijpt haar teedere, vleielijke wijzen in de straling der open landouwen en de vrome koelte der hoog-heuvelende bosschen; baar lokroep, die als een bleeke echo naar de steedsche huizen drijft, waarin wij wonen en werken, strijden en streven, noodigt ons met klem, dat wij weer keeren tot haar, die wij verheten in een droef moment, omdat een luider lokstem ons verleidde.

Ze wacht, dat haar zonen en docbteren weer zullen keeren tot haar akkers en struweelen, door-

Sluiten