Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Fyck Dircks? die gezellige, goedlachsche, molliggezonde Catherina Maria, de kleine Camietje, het zusje van zijn vriend Lodewijk Arckenbout ?... Dat nooit! Hij kon niet buiten de sympathie van de vrouwen en meisjes uit zijn kring, hij beantwoordde deze met een dankbare galanterie, zonder evenwel voor de eene of de andere een bepaalde voorkeur te toonen, — om de eenvoudige reden, dat hg noch voor de eene, noch voor de andere eene bepaalde voorkeur had.

Voor niemand een voorkeur?

Hij legde vluchtig zijn hand tegen zijn oogen, om het lieve gezicht van Jetje Robbrechts een oogenblik niet te zien, en niet de malsche blankheid van haar zachte halsje, met de glanzende roode kralen... en niet het blonde mooie hoofd van Antje Fyck Dircks, met de turkooizen kam in de golvende pracht van het goudblonde haar... en niet het aardige, lachende, zoet-roode mondje van kleine Camietje ... En toen, tegen het donker van zijn gesloten oogleden, ontwaarde hij duidelijk de sierlijk-slanke figuur, het fijne gezichtje met de kastanjebruine krullen, van het beeld-mooie kind, Annemarie Cantzlaer, dat al zijn zinnen met onweerstaanbare kracht hield geboeid. Het jonge kind, — want ouder dan vijftien jaar kon zij niet zijn, had hij dadelijk begrepen, en inderdaad bleek zjj vijftien te wezen, — had een indruk op hem gemaakt, die durender en dieper was dan de meeste zijner verliefdheden; en het kostte wat het wilde, maar hij zou haar blijven ontmoeten. O, die eerste maal, toen hij haar

Sluiten