Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voelden ons allemaal gevangenen; en ondergingen het zuchtend, dat:

Des projets des humains la fortune se joue: Aujourd'hui sur le tróne, et demain dans la boue...

We kregen kwartier in 'n herberg; maar gelukkig was 't ons toegestaan, onze fourage zelf door onze oppassers te laten inslaan. En om aan de exercities te ontkomen, legden we dikwijls 'n kiezelsteentje onder 't zadel van ons paard ... en zorgden er dan voor, dat de wond open bleef... Nu, dat is niet zoo erg, Jetje, kijk maar niet zoo vol verwijt... En toen werden we naar Longueville overgeplaatst; daar sliep elke escouade, tien of twaalf man op één chambrée, met een brigadier, en 't was 'n groote avantage voor mij, dat ik met mijn brigadier zoo goed overweg kon. Maar na 'n poosje begon 't me toch in de kazerne te vervelen, en eens toen ik 's 'n beetje hoofdpijn had, ik dadelijk naar de maréchal-deslogis, om me ziek te melden. «Ziek, dan naar 't hospitaal." Dat liet ik me geen tweemaal zeggen; ik gaf aan m'n oppasser de order, dat hij, telkens als er appél werd gehouden, èn mijn naam werd afgeroepen, moest zeggen: In 't hospitaal. Maar ik ging niet naar 't hospitaal, ik huurde 'n kamer ergens in de buurt, en daar installeerde ik me naar mfjn genoegen. Nu, dat ging eenige dagen goed. Maar ten slotte komt mijn brigadier er achter, hij ontdekt alles, en komt me opzoeken. Maar ik was natuurlijk slim genoeg, om me ziek te houden; als uiterlijk

Sluiten