Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar hij overwon zijn verstrooidheid; en zeide:

— Als je weet, dat ik pas in Maart 1814 in Holland arriveerde, dan kan je begrijpen, hoe vol moeilijkheden m'n reis is geweest. Maar toen m'n blijdschap, toen ik van 'n kerktoren de eerste oranje-vlag zag!... eigenlijk 'n te groote blijdschap voor 'n Kees...

Nu weten jullie alles, besloot hij, en zeg me, kan men mij nu wel 'n deserteur noemen ?

— Weineen! verdedigde Jetje hem met vuur, zonder 't ■Fransche bestuur- was er ook geen garde d'honneur, en de Franschen waren immers weg-gejaagd?

Dit gezichtspunt werd bestreden door Claude, en door Lodewijk verdedigd, maar de Raad viel hem in de rede:

— Vrouw, als we nog willen omberen, moeten we nu beginnen, anders wordt 't te laat; Hero voeg je je bjj ons?

De jongeren verzamelden zich tot het nieuwe gezelschapspel: Het wandelend Geluk of het onbestendig Eigendom, dat met achttien kaarten werd gespeeld, welke zes „printen" uitmaakten, drie tweeën, drie drieën enz. en waarvoor elk der spelers zestig fiches in den pot zetten moest.

De mooi-bewerkte Friesche klok, met maan en datum, en met gouden beeldjes op den bovenrand, die op twee bellen sloeg, had met de kleine bel tien slagen laten hooren. Men wist, dit was het sein, dat het spel weldra beëindigd moest worden; want de Raad duldde niet anders dan de stiptste regelmaat in de huiselijke gewoonten.

Het gevleugelde Wiel. I 4

Sluiten