Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Antje, eveneens als verschrikt om zóóveel profanatie, en haar arm werd nu gehéél terughouding. Maar zachtjes greep Cornelius haar hand met een intiem, klein drukje, en fluisterde:

— Hoe red ik me daar uit tegen Allert, Antje? Ik ging mee om jou, om jou natuurlijk, — moet ik dat nog zeggen?

Haar antwoord was een zucht. En toen hij afscheid van haar nam, dwong hij haar oogen naar hem op, en zij dacht: O, hoe glinsterend licht zjjn die oogen... o, zorgelooze, gélukkige jongen...

Luchtig van hart, een danswijsje neuriënd, kwam Cornelius thuis. De oude meid en knecht, Francijntje Clinckebel en haar man, die 's winters tevens de huisbewaarders waren van Rust en Lust, waren bezig de vensters met luiken en grendels te sluiten. Op de zuilen der balustrade die op het groote boven-portaal de trap-ruimte omgaf, brandden nog de groote kaarsen-luchters. Maar overal was het stil, allen waren dus blijkbaar reeds naar hun kamers gegaan.

Doch toen Cornelius de breede trappen opwipte, over den dikken kleurigen Deventer looper, zag hij, voor het nog wijd open-geslagen, dubbele, gebrandschilderde raam, een slanke, witte gedaante staan; tot zjjn verrassing ontdekte hij Jetje Robbrechts, die bjj zijn komen, onmiddellijk een beweging maakte, om weg te vluchten, terwjjl hij er een eed op had kunnen doen, dat zjj daar had staan wachten op hem, — omdat hij, ja, nu herinnerde hij het zich! vergeten had haar

Sluiten