Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schrikkelijk... Cornelius, weet je, wat 't is?

— Nee, zeg 't gauw?

— Ik moet hier weg.

— Hier weg?!

— Ja, naar Amsterdam.

— Wat?! Hier weg? Naar Amsterdam? Waarom ? hij schudde haar sterk bij de armen terwijl hij deze snelle vragen deed. Zij keek hem aan met haar groote kinderoogen; hij zag haar van het schreien rood-geplekte wangen, haar gezwollen neusje, haar bevende, open lippen... en opeens bukte hij zich, en kuste haar mond, en nog eens, en nog eens, en zei gesmoord:

— Nooit... nooit zal dat gebeuren, versta je dat ? Ik kan... ik wil je niet missen...

— Maar ik moet wel, zuchtte zij.

— Waarom dan! vroeg hij ongeduldig, zijn hoofd vol heete opstandigheid, zijn ziel vol wrok tegen allen, die hem dit heerlijk kind* wilden ontnemen. Hjj vroeg en vroeg, en zij antwoordde, kinderlijk onbeholpen en onduidelijk, daar zij zelve niet alle drijfveeren harer ouders bevatten kon. Maar ten slotte begreep hij toch dit:

Het naïeve kind had aan haar Moeder alles van haar omgang met hem, Cornelius, verteld, van haar avond-wandelingetjes, en van de geschenkjes en de snoeperij, die hjj haar wel eens gaf. Maar de vrouw had daar niets in gezien, haar jj delheid was misschien wel gestreeld door de aandacht van den burgemeesterszoon voor haar kind, en, wie weet welke hoop zij koesterde voor de toekomst van Annemarie...

Sluiten