Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het clavecimbel, de kleine muziek-tafel op hooge pooten, zjj sloeg het blad open en sloeg de breede toetsen aan, terwijl haar frissche, klank-rijke sopraan-stem zong:

Het daghet in den Oosten Het lichtet overal; Hoe luttel weet mijn liefken Och, waer ik henen sall

„Och, warent al mijn vrienden, Dat mijn vianden zgn, lek voerde n aten lande, Mijn lief, mijn minnekijnl

En haar stem werd van een bekorende innigheid, toen zij de laatste strophen vertolkte:

„„Och, ligdy hier verslaghen, Versmoort al in n bloet, Dat heeft gedaan u roemen Ende nwen hoogen moet.

Och, ligdy hier verslaghen Di mi te troosten plach, Wat hebdy mi ghelaten So m enighen droeven dachl"

Bij de regels:

Wat hebdy mi ghelaten So menighen droeven dach!

stokte haar stem een oogenblik; zij dacht aan Cornelius, en of deze haar in de toekomst óók „menighen droeven dach" zou laten ... maar zjj herstelde zich, en zong rustig het lied ten einde. — Dat was goed, Annemarie, zei neef Sebart,

Sluiten