Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lang opgekropte grieven ... waarom had zij niet eindelijk het knellende juk afgeworpen, om weer zichzelve te kunnen zijn... een bevrijde vrouw aan wie het mogelijk is haar eigen geluk te zoeken ... ? Waarom.

Omdat zij zich te schuldig voelde tegenover God, — omdat zjj het achtste gebod had overtreden ... omdat zjj de' eer van haar man had bezoedeld... en het geluk harer kinderen verzaakt ...

Maar nu liep zij hier, de rustige, welbeheerschte vrouw van de wereld, met haar blanken glimlach en haar stille manieren en haar rustigen blik, — met dezelfde zorg gekleed van altijd, in haar eenvoudig-smaakvol toilet van lichtgrijs cachemire, met een shawl van donkerroode mousseline met franjes afgezet, en een flatteerenden hoed van donkergrijs stroo met roode veeren en roode keelbanden. Naast haar, bleek en stil zooals gewoonlijk, ging Keetje in het donkerblauw met een zwart-kanten mantille, en aan haar andere zijde liep Aagje, stemmig in het wit barège gekleed met een witten hoed met een „intérieur" van wit lint, terwijl aan weerskanten van haar lief gezicht twee blonde slanke krullen vielen. En achter de dames ging, zooals elk jaar, de kamenier met de hengselmand aan den arm, Kaatje Biljart, in haar paars-katoenen japon, van een eigenaardig weefsel, alsof er witte snuif overheen was gestrooid, haar zwarte shawl met éen palm in de op den rug laag-neerhangende

Sluiten