Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

II.

In zijn donkere, stille kamer zat de Raad van Everden in een toestand van doffe, dompe gevoelloosheid. In zijn zware, trage hersenen ging niets anders om, dan het ééne weten:

Zij heeft mij bedrogen. Al jaren schandelijk bedrogen. Ik heb het haar gevraagd, en zjj heeft bekend.

Zijn eigen kamer, zjjn oude, vertrouwde omgeving was hem opeens zoo vreemd geworden. De gordijnen waren voor de ramen neer-gelaten, om het brandende avond-zonnelicht buiten te sluiten, alsof er een doode was. Was hij niet de doode ... kon hij nog leven na den verpletterenden slag die hem volkomen onverwacht was toegebracht... toen zijn vrouw, die hjj blind vertrouwde ...

Zij had hem bedrogen. Johanna had hem bedrogen...

De kamer was donker door het donker goudleer-behang, waarvan de banen en het deurstuk versierd waren met bouquetten in vazen, maar de kleuren daarvan waren verdoezeld en verbruind door ouderdom; en de groote meubelstukken van diep gepolitoerd mahoniehout met bruin kalfsleer overtrokken, en de zware damasten gordijnen, die in onhoorbaren val neervloten voor de deuren en ter weerszijden van de ramen, leken zwart tegen de scherp-gele vakken der zon-verlichte, door linnen ophaal-gordjjnen afgedekte vensters.

Sluiten