Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Alles was hem ontnomen. En ...

Nog meer wachtte hem. Hem wachtte nog de openlijke schande zyn naam door het slijk gesleurd te zien ...

Maar neen! dat nooit! Hy stond op, in sterke, rechte energie, als eensklaps ontwaakt- uit een doffen sluimer. De eene hand balde zich tot een vuist aan den hangenden arm, de andere vuist drukte hij krachtig tusschen de oogen... hij wist wat hem stond te doen: Dezen dag zou hij niet overleven. Het was of dit besluit alles opeens in hem verstilde en verkalmde. Hy moest uit het leven treden, opdat zijn naam, de ongerepte naam zijner voorvaderen, gespaard blijven zou, en God, de Heer, zou hem deze daad vergeven.

Hij vouwde de handen, en boog het hoofd met de gesloten oogen achterover, en bad. Hy bad lang, in volkomen overgegevenheid, alsof hy zijn zaak voorlegde aan den hoogsten Rechter, en innig wist, dat hy om zijn besluit vrijgepleit worden zou. Hij bad, en hij vroeg om kracht, om alles tot het laatste te kunnen volbrengen, om in staat te wezen, zijn naam te redden, den naam van zijn geslacht, die hem boven alles heilig en dierbaar was.

En toen de innerlijke zielsstem zweeg, zonk hij neer in zijn stoel, gesterkt en vastbesloten. Hij zette zich neer om te denken, om te overleggen, hoe hij nu verder te handelen had.

Alle dofheid was uit zijn hersens weg-gevaagd, zijn brein werkte scherp en helder. Hij voelde

Sluiten