Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

jou zooveel kwaad gedaan, Cornelius. Claude van Mangarny heeft door zjjn positie als stads-advocaat veel invloed, en zoo is 't ook met Allert Ruys als lid van de vroedschap, en vergeet niet 't gezag van je verdere familie...

— Ja, m'n lieve familie, zei Cornelius smalend, heeft me uitgebannen, omdat ik nu eenmaal niet behoor bij die stijve, vrome, conventioneele kliek, omdat ik de moed heb gehad m'n eigen leven te leven. Och, ik had 't temperament van m'n moeder, — ach, m'n arme moeder, niemand beter dan ik weet, hoe ongelukkig ze was, hoe diep ongelukkig!...

. Hij zweeg even, overmand door zijn smartelijke herinneringen; zjjn liefde voor zijn moeder was het echtste, het grootste gevoel uit zijn leven geweest...

— 't Is soms zoo'n gekke gewaarwording, Jetje, ging hij dan weer voort, met een korten, lichten lach, 't besef, dat ik, die vroeger de toon aangaf, die door ieder naar de oogen gekeken werd, nu zoo verbannen, en achter de wereld moet leven. Ik kan met Heine zeggen: Das toten mir die Magen und die Sippen... En ook is 't zoo zonderling, dat ik, die me vroeger nooit om geld bekommerd heb, omdat 't er altijd was, als ik 't noodig had, nu soms gebrek aan geld heb, Jetje. Begrijp jij daar iets van? Waar is m'n fortuin gebleven, — Jetje, weet jij 't? Ook ai weer met Heine kan ik zeggen:

Sluiten