Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

doelt men daarmede relatieve overproductie, dat is overproductie van het standpunt van den producent. Zij is reeds aanwezig, zoodra de voortbrenging zoo ruim is geweest, dat door het groote aanbod niet meer een prijs is te bedingen, welke de productiekosten plus een matige winst, of, als men liever wil, de productiekosten met inbegrip van een matige winst, goed maakt.

In dezen relatieven zin is algemeene overproductie theoretisch niet uitgesloten en komt ook praktisch voor, al zal zij zich in den regel niet tot alle artikelen en evenmin tot alle producenten uitstrekken.

Is dus overproductie in relatieven, dat is in den gebruikelijken zin, alleen overproductie voor den producent en niet voor de menschheid in haar geheel, dat neemt niet weg, dat zij ook voor deze laatste een verschijnsel van groote beteekenis kan zijn, al was het alleen reeds omdat de producenten een belangrijk deel van de menschheid uitmaken, al wachte men zich er voor menschheid of maatschappij in zijn gedachten met de producenten 'te vereenzelvigen. Identiciteit bestaat niet tusschen menschheid en producenten, maar tusschen menschheid en consumenten; ieder lid der maatschappij, ook de producent, is consument. Waar de belangen van producent en consument met elkaar in botsing komen, moeten daarom die van den laatsten het meest in het oog worden gehouden. Men stare zich echter daarbij niet blind op het consumentenbelang, opdat men niet den juisten kijk daarop verliest. Meermalen is gebleken, dat door een onjuist partij kiezen voor den consument, deze zelf bedrogen uitkwam. Wij herinneren ons allen, hoe door het van overheidswege stellen van maximumprijzen, welke den producent niet voldoende winst lieten, meer dan eens de consument zelf de dupe is geworden: het gewenschte artikel verdween van de markt. Ook hier bedenke men, dat de verschillende raderen onzer maatschappelijke machine niet vrij van elkaar werken, doch alle in elkander grijpen. Al hebben producenten en consumenten verschillende belangen, zij hebben elkander over en weer noodig. Geen consumtie zonder productie, maar ook geen productie zonder consumtie.

Zooals wij zeiden beteekent overproductie, dat de ruilwaarde van het product de productiekosten niet goedmaakt. Dit behoeft niet juist voort te vloeien uit een grootere productie dan voorheen. Afgezien van monetaire invloeden, kunnen de prijzen zoowel door kleiner vraag als door grooter aanbod zijn gedaald. Het evenwicht tusschen prijs en productiekosten kan ook zijn verbroken door stijging der laatste.

Sluiten