Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tweede helft van de negentiende eeuw deze, dat men de prostitutie niet als een positief kwaad en dus allerminst als een misdrijf of een misdadigen toestand zag, en dat niet omdat de edelere menschen haar niet verafschuwden, maar omdat iedereen haar als onmisbaar zag, erger onheilen voorkomende en daarom nuttig. En de grond van die beschouwing was weer de opvatting van de onbedwingbaarheid van de sexueele hartstochten van den man en de schadelijkheid voor de gezondheid van den man (niet van de vrouw) van sexueele onthouding.

Deze algemeene opvatting had zich ten slotte vastgelegd in het systeem der reglementeering, tijdens Napoleon ingevoerd en in de eerste helft der 19e eeuw gepropageerd vooral door den arts Parent Duchatelet, die werkelijk den bordeelhouder beschouwde als een weldoener der menschheid, omdat hij meende dat door dit systeem, door een gesystematiseerde ordelijke prostitutie in huizen met vergunning van de Overheid, met geregeld politietoezicht en met een gedwongen medische keuring van alle prostituées, die op straf van detentie verplicht waren zich te laten inschrijven, de beste methode gevonden was om de excesses van de prostitutie tegen te gaan en om de treurige gevolgen, n.1. de geslachtsziekten, te voorkomen.

Het is met dit geheele stelsel wonderlijk gegaan. Ieder weet dat het thans door de zeer groote meerderheid van de medici in de gansche wereld, zooals op vele congressen gebleken is (ik noem slechts het groote medische congres van 1913 te Londen en het congres van specialisten te Copenhagen in 1921) met verpletterende meerderheid verworpen is, op zuiver practische overwegingen, dat n.1. het stelsel gebleken is niet te voldoen, dat het eer het omgekeerde uitwerkt van wat men bedoelde. Nu zou men meenen dat de oppositie tegen dit stelsel dus het eerst zou zijn uitgegaan van de medische wereld en dat deze wel spoedig de verkeerde uitwerking, die nu den meesten duidelijk is, zou hebben ontdekt.

Toch is dit niet het geval: de medici hebben dit het laatst ontdekt en hebben het langst het oude stelsel gehandhaafd, doen dit in vele landen nog. De oppositie is het eerst uitgegaan niet van mannen van de praktijk maar van theoretici of wil men van moralisten, hier in ons land het eerst in 18S2 van een man, O. G. Heldring, en in Engeland later in 1860 van een vrouw, Josephine Butler.

Ik noemde hen theoretici, moralisten, maar dat is toch niet geheel juist, want men zou daardoor den indruk krijgen dat deze menschen op hun kamer in boeken dit stelsel hadden zitten bestudeeren en

Sluiten