Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onder den indruk is gekomen van den zeer menschelijken, heelemaal niet braverigen of hypocrieten maar waarlijk ernstigen chef van de zedenpolitie, den heer T. Voskuil, wien hij zeker niet had moeten aankomen met praatjes over den idealen tijd van het Haringvliet en over de goedgecontroleerde, veilige, gezonde, onschuldige ontucht daar bedreven! Neen dat alles is bij ons „vieux jeu". Landen die met bordeelstelsel en reglementeering gebrokenjiebben, weten wel beter, zijn niet meer zoo onnoozel. Hoe jammerlijk de toestanden ook zijn, hoe teleurstellend de ervaringen met de werking van nieuwe wetten en verordeningen, hoe ook allen met de handen in 't haar zitten en zoeken naar uitkomst uit het moeras, toch, naar de oude toestanden terug gaat niet één Regeering die er mee gebroken heeft, dat is mij voldoende gebleken op alle internationale congressen die ik bijwoonde, laatstelijk op het congres van vertegenwoordigers van de Regeeringen van 34 landen in Juni 1921 te Genève gehouden op uitnoodiging van den Volkenbond, waar ik de eer had onze Regeering te vertegenwoordigen.

En waarom zal niet één Regeering meer tot het oude stelsel terugkeeren? Omdat de nieuwe wetten en verordeningen zoo goed voldoen? Stellig niet, zij kunnen nergens goed voldoen, omdat de toestanden op moreel gebied in alle landen na 1914 zóó ontzettend zijn achteruitgegaan, dat ook al moge men dien achteruitgang niet wijten aan die nieuwe wetten (en daar is alle reden voor, want in de landen waar men bordeel en reglementeering handhaaft is de achteruitgang waarlijk niet minder) men toch haar goede werking niet kan constateeren. Dan wellicht omdat al meer medici aantoonen dat reglementeering de geslachtsziekten eer doet toe- dan afnemen en juristen het onhoudbare van dit stelsel bewijzen? Zeer zeker ook daarom, maar toch niet in de eerste plaats, in de eerste plaats omdat wij, die niet meer onder den ban van het oude dogma leven, allen veranderd zijn. Sommigen zonder dat zij het zelf weten of zich bewust maken: wij hebben allen het geloof in de noodzakelijkheid en in het nut van de prostitutie verloren, wij gelooven niet meer in die absolute onbedwingbaarheid van de geslachtsdrift van den man. Neen de wereld is niet beter, niet krachtiger, niet heroïscher, niet ascetischer, waarlijk niet geestelijker geworden, en toch, er is iets veranderd: in dat bakersprookje gelooven wij niet meer, het gaat ons niet meer af, en daarom zijn wij niet meer bereid een deel van de vrouwen uit het volk aan de prostitutie op te offeren, wanneer wij daar eenmaal mee gebroken hebben. Wij zijn zeker niet beter dan het geslacht dat verdween of verdwijnt, maar wij zijn anders, wij denken anders. Wij denken anders, omdat die groote

Sluiten