Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

politioneele zeker wel het allerminst, al zijn zij nog zoo juist gedacht en nog zoo goed uitgevoerd.

Men mag reeds dankbaar zijn wanneer een wet tegen de prostitutie geen kwaad heeft uitgericht, wanneer in haar naam geen daden van onrecht en willekeur zijn gepleegd, wanneer zij niet, zonder dit te bedoelen, juist de prostitutie heeft aangewakkerd en voor velen een verderf is geweest. Er zijn in den loop der geschiedenis waarlijk niet veel wetten en bepalingen tegen de prostitutie, waartegen men deze verwijten niet met grond kan richten.

Maar behalve dit negatieve, dat onze wet de genoemde slechte gevolgen niet heeft gehad, is nog zeker in haar positieve voordeel te noemen, zooals ik het reeds constateerde, de geheel veranderde houding van de politie tegenover het prostitutievraagstuk en tegenover alle organen der Maatschappij, die trachten de prostitutie te bestrijden of te voorkomen.

Doch men is niet tevreden, men verlangt meer, meer steun van de wet tegen de verwildering der zeden, meer kracht om te kunnen ageeren tegen het brutaal optreden der prostituées, meer effectieve middelen om de geslachtsziekten te helpen bestrijden en de besmetting te voorkomen en men wijst vooral op N.-Amerika, waar men toch ook op ons standpunt staat, geen reglementeering en geen ofHcieele keuring meer wil, en waar men toch nieuwe krachtige maatregelen heeft genomen en wel degelijk met justitieele en politiemaatregelen bezig is de prostitutie te onderdrukken en de geslachtsziekten te doen verdwijnen, Amerika waar men niet philosofeert en redeneert en principieele stokpaardjes berijdt, maar waar men handelt, waar men zich er op beroemt eerst te handelen en dan te denken.

III.

Ja laten wij eens zien naar N.-Amerika.

Het is zeker een merkwaardig land, een jong land, een frisch land, een land van pioniers, waar men wel heeft leeren handelen, omdat men alles zelf doen en maken moest, waar men spoedig den ballast van tradities en principes en philosophische stelsels kwijt is geraakt, omdat men ontginnen moest om te kunnen leven, ontginnen en nog eens ontginnen en zich aanpassen aan nieuwe en steeds veranderende toestanden. En dan de tradities, stelsels, principes, van wie, van welk land, van welk volk? Waren niet alle volken vertegenwoordigd en daarmede alle godsdiensten, alle gebruik, alle tradities, alle stelsels, en vermengden die volken zich niet en kwamen

Sluiten