Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weinig grond zulks te duchten. Immers de woning zal aan concrete eischen van licht en lucht uiteraard voldoen, de constructie zal evenzoo voldoende degelijk, de woning zal technisch en hygiënisch zoo doeltreffend mogelijk wezen, en dan, de meeste .bouwverordeningen zijn in hun voorschriften toch ook nog wel elastisch en die elasticiteit is er om ten goede gebruikt te worden.

Mocht er toch nog conflict dreigen, dan zullen de door Mr. Nieboer te behandelen „wettelijke nood voorschriften" hier uitkomst moeten geven.

Bezwaarlijker zal het zijn voor de groote steden met het oog op de daar „woedende" grondprijzen, het „eenlingtype" of zelfs „de reeks" lage huizen, dus „eengezinswoningen" te doen oprichten.

Toch zal ook hier, zoo de bouw in eenigszins aanzienlijk aantal kon worden doorgevoerd, een geliefd beginsel der verbetering van de Volkshuisvesting worden verwezenlijkt.

Zoowel echter in de fabrieksplaatsen als in de groote steden zijn de meergezinswoning op één plattegrond, en in de laatsten de étagehuizen — de vele woningen over één trap — (ook onafhankelijk van de grondprijzen) — niet te ontgaan.

Dat met deze „kazerne-woningen" de volkshuisvesting niet, althans niet behoorlijk gediend wordt, zegge: kan worden, wordt door mij intusschen ontkend. Ik kan mij zeer goed vijf tien-verdiepingen-huizen voorstellen, die „juweelen" voor bewoning door arbeidersgezinnen vormen en economisch beter passen in een groote stad, dan een lage rand-bebouwing daaromheen. Uiteraard zou ik deze anders willen bouwen en vooral „de ééne trap" verwerpen, dus met liften gaan outilleeren. Ook meen ik, dat de bewoningsbemoeienissen der Woningbouw vereenigingen met hunne gegadigden of huurders wel reeds zoover gevorderd zijn, dat centrale bediening der transportmiddelen naar omhoog, der verlichting en verwarming, wasch- en warm water, eventueel met bloks- of groepsgewijze inrichting van coöperatieve- of loco-centrale keukens ook hier tot de mogelijkheden behooren; zoodat een dergelijk veelvoudig-verdieping-systeem tot zijn volle recht zou kunnen worden gebracht. En dan rijst de vraag, wat eischt een zich steeds uitbreidende grootstad, het blijven opbouwen in een naaste kern en niet te ver verwijderde omgeving, of de uitzetting over de vlakte met evenredige uitbreiding van straten en rioleeringen, gas- en electriciteits-, telefoon en tramnetten; wat vraagt de arbeidersbevolking b.v. van Amsterdam, wonèn in deze stad of halverwege Haarlem of Utrecht? Wat zijn de economische gevolgen van het eene en welke van het andere stelsel?

Sluiten