Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mij" is1). „Bij de opmerkzaamheid heeft dus noodzakelijk een scheiding en een eenheid van het sub- en objectieve plaats, een zich-in-zich-zelf-reflecteeren van den vrijen geest en tevens een identische richting van den geest naar het object; hierin ligt reeds opgesloten, dat de opmerkzaamheid iets is, dat van mijne willekeur afhangt, — dat ik dus slechts dan opmerkzaam ben, wanneer ik zulks wil zijn." „Zonder de opmerkzaamheid is geen vatten (Auffassen) van het object mogelijk, eerst door haar wordt de geest bij de zaak tegenwoordig en verkrijgt hij wel is waar nog geen „Erkenntnis", want daartoe behoort een verdere ontwikkeling van den geest, maar wel „Kenntnis" der zaak."

Bij de aanschouwing, die dit moment der opmerkzaamheid bevat, wordt verder de nog niet duidelijk geworden scheiding tusschen object en subject vollediger gemaakt: „De eerste vorm, waarin de intelligentie het object op bepaalde wijze van het subject onderscheidt, is de aanschouwing. Hierin overweegt het onderscheid met het subjectieve evenzeer als in de formeele opmerkzaamheid de eenheid dezer tegengestelde bepalingen" van ob- en subject. De oorzaak hiervan is het tweede moment der aanschouwing : het projecteeren der gevoelens in ruimte en tijd : „De werkzaamheid der aanschouwing brengt in de eerste plaats een van ons wegrukken van het gevoel, een verandering van het ondervondene in een buiten ons aanwezig object teweeg. Door deze verandering wordt' de inhoud van het gevoel niet veranderd ; deze is veeleer hier in den geest en in het uiterlijk voorwerp nog geheel.dezelfde, zoodat de geest dus nog geen inhoud heeft, die hem alleen toekomt en dien hij met den inhoud der aanschouwing zou kunnen vergelijken. Wat derhalve door de aanschouwing tot stand komt, is slechts het omzetten van den vorm der innerlijkheid in dien der

uiterlijkheid."" „Daar dit omzetten van het

ondervondene van den geest als zoodanig uitgaat, verkrijgt het ondervondene daardoor een geestelijke, 1) Ene. § 449. Zus. (ed. Boix. blz. 942).

Sluiten