Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Levendig applaus vertolkt de ingenomenheid der vergadering met deze rede. Als het weer stil is in de zaal, leest de Voorzitter het volgende ingekomen telegram voor:

's-Gkavenhage, 10-3-'19. Door ambtswerk verhinderd opening Sociaal Congres bü te wonen, bied ik mijn beste wenschen voor zijn arbeid aan. Moge Gods zegen er op rusten.

IDENBURG.

Het woord wordt hierna verleend aan

Minister Heemskerk,

die aldus spreekt:

Mijnheer de Voorzitter/ Dames en Heeren/

Het is mij een voorrecht, in dit oogenblik in Uw midden te zijn en aan het Congres een groet te mogen brengen als geestverwant en als deel uitmakende van de Regeering.

Ik moet mij kort samenvatten.

Het Christelijk Sociaal Congres is bijeengekomen in een tijdsgewricht van aangrijpenden ernst. Het heeft eene hooge roeping. Het vraagt naar wat de eeuwige geopenbaarde waarheid ons leert omtrent de grondslagen der maatschappij en omtrent hetgeen noodig is tot zuivering van het maatschappelijk leven van verkeerde inkruipsels. Maar het gaat niet meer als vroeger slechts om inkruipsels, die langzamerhand de Christelijke grondslagen der maatschappij zouden ondermijnen. Het gaat thans om het leven der maatschappij, der menschheid.

De thans losgebroken geesten zijn beslist afgewend van God; niet tegen de geestelijkheid gaat het, maar tegen den godsdienst. Tegenover alle beginselen van recht wordt gesteld de leer van het Communisme, aldus omschreven: „Ieder geeft wat hij kan en neemt wat hij wil." In een land, waar de machthebbers die leer belijden, is hare toepassing een feit. De leer wordt toegepast op de goederen, de vrouw'en het leven. Van de goederen is het algemeene roof en vernieling met hongersnood en ellende als onmiddellijk gevolg; de vrouw wordt gesteld ter beschikking van iedereen, het gezin valt weg, de kinderen worden quasi opgevoed door den Staat, zoolang die er nog kan zijn in de algemeene verwoesting; de toepassing der leer op het leven brengt moorden met afschuwelijke wreedheid op groote schaal.

Van recht is geen sprake meer.

Theorie en practjjk, die toch bestemd zijn elkaar te naderen, — want dor is eene theorie, die niet in practijk wordt gebracht — gaan nu elkaar dekken op ontzettende wijze, en op andere wijze dan tot hiertoe werd gevreesd. Niet meer de oppermachtige Staat, die de krachten der maatschappij tot zich trekt en alles regelt, is het eigenlijke gevaar. Wat daarachter dreigt is thans de Staat, die de maatschappij verwoest en met haar zich zelf ten ondergang brengt

De geesten, die deze verwoesting willen, heerschen hier niet, maar zij streven ook hier naar de heerschappij. Zwaar is de taak, hunne werking te keeren. Toch is het Uwe taak; vastheid en weerstands-

Sluiten