Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ijdelheid of pronkzucht. Daarin teekent zich af een ontwikkelingsgang onzer maatschappelijke verhoudingen. De toenemende volksontwikkeling, het toenemend verkeer, doen de behoeften toenemen. Behoeften, die den arbeider maar heel schaarsch kunnen bevredigen, maar waarvan toch kan worden gezegd, dat zij er toe medewerken om het leven van een volk als het onze rijk te maken boven dat van primitieve volken. Het is een gelukkig verschijnsel, wanneer in toenemende mate de voorrechten die de moderne cultuur een volk kan bieden' niet het deel zijn van slechts enkelen, of van bepaalde ttanden, maar wanneer aan die voorrechten de arbeider een toenemend aandeel heeft. Daarin is niet te zien een onrechtmatig opdringen van een lagere kaste, maar daarin is te begroeten een gezonde ontwikkeling van ons volksleven. Het is een ontwikkeling, die niet achterwege kan blijven; want het is ondenkbaar dat de arbeidersstand met zijn toenemende ontwikkeling en zelfbesef, de arbeidersstand, die van het volksleven een even onmisbaar bestanddeel is als welke andere stand ook, op den duur er in zou berusten- te zijn uitgesloten van wat in onze dagen het leven kan veraangenamen en verheffen.

Belatief en voortdurend wisselend is dus wat voor levensonderhoud noodig is. Het is voor de Overheid die zich bewust is van den plicht om een rechtvaardig loon te betalen, niet gemakkelijk om het bedrag daarvan te vinden. Een richtsnoer zal altijd moeten worden gezocht in hetgeen door anderen in overeenkomstigen arbeid wordt betaald. Want de vraag wat voor een bepaalde arbeidersgroep als behoorlijk levensonderhoud is aan te merken, wordt mede beheerscht door den bestaanden toestand, door de gewoonten1 in- den levenskring waartoe die arbeiders behooren. De stand is een groep die maatschappelijk op één lijn staat; naar zijn stand leven is leven zooals gebruik en heerschende opvattingen dat medebrengen voor degenen met wie men gelijk te stellen is. Nu heeft zeker de Overheid te rekenen met de toeneming van behoeften die een belangrijk element van den socialen vooruitgang vormt; zij heeft ook té zorgen, dat het minimum voor levensonderhoud benoodigd aan allen in haar dienst verzekerd zij; maar zij moet andererzijds vermijden dat niet door haar loonregelingen „een speciale „kaste" van arbeiders wordt gekweekt, die kunstmatig geheel wordt losgemaakt van de overige arbeiders." Aldus wordt in een rapport van een Zaandamsche raadscommissie de grief omschreven tegen het beitaande stelsel „van het uitspelen van de eene gemeente tegen de andere, zonder eenige rekening te houden met plaatselijke en andere omstandigheden", waartegenover een zooveel mogelijk aansluiten aan de loonen die voor overeenkomstigen arbeid ter plaatse betaald worden aan de gemeente wordt aanbevolen. Een critiekloos overnemen behoeft dit niet te zijn; wanneer in een' gemeente de particuliere loonen belangrijk achterstaan bij de loonen in overeenkomstige gemeenten geldende, wanneer de toestand der arbeiders er ongunstiger is dan in gelijksoortige plaatsen, zal zeer zeker het gemeentebestuur niet kunnen' volstaan met de particuliere werkgevers te volgen. Dan zal het op den weg der gemeente liggen boven de particuliere loonen uit te gaan en daardoor er toe mede te werken, dat een achter-

Sluiten