Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dinsdagmorgen te kwart voor tien ving de eigenlijke arbeid van het congres aan met een vergadering, die gewijd was aan het onderwerp „Overheid en Bedrijf". De Voorzitter, Prof. Diepenhorst, opende deze bijeenkomat en liet zingen

PSALM 68 : 10

Geloofd zij God met diepst ontzag! 'HÜ overlaadt ons, dag aan dag,

Met zijne gunstbewijzen; Die God is onze zaligheid. Wie zou die hoogste Majesteit,.,

Dan niet met eerbied prijzen? Die God is ons een God van heil; Hij schenkt, uit goedheid, zonder peil,

Ons 't eeuwig zalig leven: Hij kan en wil en zal in nood, Zelfs bij het naadren van den dood,

Volkomen uitkomst geven.

waarna op zijn verzoek Dr. J. Schokking, van 's-Gravenhage voorging in gebed. Nadat thans nog eenige regelingen van orde waren besproken en onder meer vastgesteld was, dat de vergaderingen precies om kwart voor tien resp. twee uur zouden aanvangen en om half een resp. half vijf zouden eindigen, en dat de tijd, voor opponenten beschikbaar, gelijkmatig over zich in eersten termijn aanmeldenden zou worden verdeeld, werd overgegaan tot behandeling van het onderwerp „Overheid en bedrijf". Professor Diepenhorst droeg toen echter het presidium over aan den ondervoorzitter, Prof. Dr. J. E,. Slotemaker de Bruine. Prof. D i e p e n h o r s t en Mr. V. H. R u t g e r s, de beide referenten, begeerden het woord niet voor nadere toelichting van hun referaten, zoodat er onmiddellijk gelegenheid voor opponenten was om zich aan te melden. Negen personen meldden zich aan zoodat aan ieder hunner 10 minuten kon worden toegestaan en er dan een uur voor de referenten overbleef om de sprekers te beantwoorden.

Gedachten wisseling.

De heer G. Baas Kz. (Amsterdam) is er verheugd over, dat we er niet meer over behoeven te twisten, dat er verschillende bedrijven zün die door de overheid moeten worden geëxploiteerd, al zijn er ongetwijfeld nog wel, die het overheidsbedrijf beschouwen als te zijn een stap op een verkeerden weg. Voor fiscale monopolies is bpr. niet onvoorwaardelijk, al zijn er ook groote belastingvoordeelen aan verbonden. Door centralisatie wordt vaak economisch werken bevorderd. Maar hij vraagt: zijn die monopolies alleen ongewenscht of zün ze beslist ontoelaatbaar? Is soms het fiscale monopolie ook een der zachtste middelen om de menschen, de belastingbetalers te scheren? Worden de bezwaren tegen het overheidsbedrijf niet te zwart geteekend? Is het veelszins niet beter dan het particuliere gecentraliseerde bedryf? Er is by het overheidsbedrijf toch ook wel

Sluiten