Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geen bakkers die het bereiden, geen broodbezorgers, die het rondbrengen? Ook de distributie der goederen is in een ontwikkelde maatschappij als de onze een zeer integreerend deel van den productieven arbeid, indien men „productief" opvat in dien zin, dat daaronder alle arbeid valt, welke een voorwerp, dat Gn' noodig hebt, meer onder Uw bereik brengt.

De handeldrijvende middenstand belast zich in hoofdzaak met de distributie der goederen. Hij knoopt connecties aan met fabrikanten en andere producenten, verzamelt de benoodigde waren in pakhuizen en magazijnen, stalt ze uit in winkels, bezorgt ze desgewenscht bij U thuis en laat zich daarvoor betalen door op de prijzen, die hij zelf besteden moet, een zeker percentage te leggen, waaruit hq deels zijn onkosten bestrijdt en deeiB voor zichzelf winst reserveert.

Aan deze taak is een belangrijk stuk arbeid verbonden, een arbeid, waartoe lang niet ieder bekwaam is. Het beste slaagt hij, die „koopmanseigenschappen" bezit. De meest op den voorgrond tredende eigenschappen van een koopman in den nobelen zin van het woord zijn: eerlijkheid, trouw aan zijn woord, doorzicht, warenkennis, voorzichtigheid gepaard met durf, nauwkeurigheid, aanpassingsvermogen, zuinigheid en vooral ook ijver en energie.

De arbeid van den industriëelen middenstand draagt een ander karakter, al dient men in het oog te houden, dat de kleine industriëel zich dikwijls zelf belast met de distributie der goederen, die hij geproduceerd heeft. In zooverre toont hij een zeer groote overeenkomst met den handeldrijvenden middenstander. Aan de productieve waarde van hetgeen de kleine industriëel verricht, zal uit den aard der zaak niemand twijfelen. Een molenaar, een meubelmaker, een schoenmaker en zooveel anderen als men op wil noemen, verrichten een uit maatschappelijk oogpunt beschouwd zeer nuttigen arbeid, doordat zij de grondstoffen vervormen en meer geschikt voor het gebruik van den consement maken.

* * *

Bij de beantwoording der vraag, of de maatschappelijke functie, welke tot heden toe door den middenstand verricht werd zonder schade door anderen kan worden overgenomen, behoort men niet allereerst een theoretisch-dogmatisch, maar een practisch standpunt in te nemen.

Dat talrijke dogmatici den ondergang van den middenstand voorspellen, baart geen verwondering. Zij achten zijn verdwijning een belang voor de geheele maatschappij, en gaan daarbij voor wat den industriëelen middenbtand betreft, uit van de stelling, dat het grootbedrijf goedkooper kan produceeren dan de kleine middenstander, omdat uit den aard der zaak de kostprijs van af te leveren artikelen daalt, naarmate de fabrikant door kapitaalkracht en grooter afzetgebied in staat is grootere hoeveelheden op de markt te brengen. De groot-industriëel kan zich de beste en goedkoopst werkende machines aanschaffen, hij is in staat zijn bedrijf zoo hygiënisch mogelijk in te richten, kan doorgaans hoogere loonen uitkeeren en zal in de meeste gevallen zijn grondstoffen op gunstiger condities kunnen inslaan.

Sluiten