Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gadering geen politiek doel, dat ik op onze komende staatkundige verplichtingen wees, wil niet zeggen, dat wij U saamriepen om deze te bestudeeren, maar ik wilde slechts doen uitkomen, onder hoe geheel verschillende omstandigheden wij thans vergaderen als vóór 28 jaren, en hoe het alleszins begrijpelijk zal zijn, indien de spreeksters, al is het maar terloops, voor den nieuwen koers onze aandacht vragen; dat zij die niet zouden noemen, lijkt mij niet waarschijnlijk; „de lucht zit er vol van", mag men wel zeggen, en het zou moeilijk zijn in dezen tijd voor vrouwen over eenig sociaal onderwerp het woord te voeren, zonder haar te wijzen op hetgeen in ons land komende is, en in de landen rondom reeds is verwezenlijkt.

Maar de ruimste plaats hebben we, aan ons beginsel getrouw, toch willen toekennen aan hetgeen altijd bij uitnemendheid het terrein voor vrouwelijke werkzaamheid zal blijven, wil de maatschappij nog niet meer ontwricht worden dan zij al is, ik bedoel het huisgezin en de christelijke barmhartigheid,

Indien zich dan ook bij de behandeling der verschillende onderwerpen eenige vragen bij ons mochten voordoen, dan hoop en vertrouw ik, dat die geen diepgaand verschil zullen aantoonen in onze opvatting omtrent onze roeping als Christenvrouwen, en dat, als die vragen aanstonds onder woorden worden gebracht, zij slechts zullen blijk geven van de vastheid van ons beginsel, omdat het diep in ons hart gegrift staat, dat het een beginsel is, ontleend aan het levend en eeuwig blijvend Woord van God.

Hierna werd aan de orde gesteld het onderwerp:

DE VROUW IN DIENST DER BARMHARTIGHEID, door Mejuffrouw A. F Dudok van Heel.

Zooals in deze moderne tijden het zoeklicht over de oorlogsvelden het ontdekkend schijnsel doet uitgaan, zoo breidt het zoekende Licht van het Evangelie steeds verder zijn ontdekkende stralen uit, inzicht gevend, ontstellend en vertroostend.

Nooit bevredigd, nooit voldaan is de Christelijke barmhartigheid, steeds met zoekende liefde bezield, of zij mocht vinden, of zij mocht terug brengen tot haar oorsprong de dolende, in schijn zoo vaak verwarde ziel.

Want dit is haar kenmerk, dat ze niet zich tevreden kan stellen met een bepaald gebied, een bepaald terrein, maar dat alles wat tot de sfeer van het zieleleven behoort, hare belangstelling heeft.

Wiens hart bewogen is van barmhartigheid, ziet in iedere persoon een ziel, die waarde heeft en vindt voor terrein van actie steeds nieuwe gronden, waar het zoekende liefde-licht de verhelderende stralen moet uitzenden.

Terecht zegt daarom Florence Nightingale: „Barmhartigheid tegenover de ziel, is de ziel aller barmhartigheid", en dit leert ons zien hoe onbegrensd hare werkzaamheid is, zoo wijd en diep als de verschillende nooden van de ziel.

En dit zal het best verstaan, diegene, die den nood van de eigen ziel het diepst beseft en die getuigen kan: Mij is barmhartigheid

Sluiten