Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

morgen aan de orde. Toch kan ik de historie nog niet geheel laten rusten.

In zijn boek over „De vrouw in de hedendaagsche maatschappij" zegt Professor Bavinck zeer weinig over den invloed van Afscheiding en Reveil op de houding der Christelijke vrouw in Nederland tegenover het publieke leven. Toch is die houding zóó positief geweest, dat zij den weg baande voor een wijd veld van vrouwelijken arbeid, waarvan Jonkvr. A. van Hogendorp schreef, dat 't was „arbeid der sociale rechtvaardigheid, die de vrouw in staat zou stellen haar van God opgelegde plichten in huisgezin en maatschappij te vervullen; arbeid — want ook die moest komen — der persoonlijke onafhankelijkheid, waarin de vrouw zich de wegen geopend zag om, wel toegerust, in eigen levensonderhoud en dat der haren te voorzien."

De leidsters van deze actie uit de Réveilkringen moesten onder ons veel meer herdacht worden. Johanna Naber deed het in haar levensbeschrijving van Anna van Hogendorp, maar wie beschrijft voor ons eens den kring van Mevrouw Groen van Prinsterer ? Als Bavinck zegt: „De eigenlijke vrouwenbeweging kwam op met den nieuwen liberalen en radicalen geest, die in de vrouwenwereld binnendrong en vooral door een man als Multatuli bevorderd werd," dan geldt dit alleen voor de Perk-Kruseman actie en de daaruit ontstane vrouwenkiesrecht beweging. Daarvóór was een andere actie ontstaan, die zich later grootendeels vastzette in den nieuwen Anti-revolutionairen en Christelijk-Historischen geest, die vooral door Groen van Prinsterer bevorderd werd. De invloed van Mevrouw Groen op de jongemeisjes uit haar omgeving is zóó groot geweest, dat haar naam hier in verband met 't werk van haar echtgenoot moet genoemd worden naast die van Mevrouw Capadose, de freules Van de Velde} Wautier, Van der Heim, Elout en Mej. Gosenson, om nu maar alleen een der Haagsche kringen te noemen. Deze vrouwen zaten in schoolbesturen met mannen als Esser, Capadose, Groen, Elout en Mackay, namen deel aan het openbare leven van haar tijd en waren lang niet conservatief in het maatschappelijke. Ook namen zij wel degelijk minder aristocratische elementen in haar kring op, meer dan misschien zelfs thans in deze kringen geschiedt.

Dat er toen geen fusie ontstond tusschen haar actie en de even later ontstane, politieke vrouwenbeweging is, omdat de eerste zich kenmerkte door een zeer geprononceerd zoeken, ook op het publieke terrein des levens, van het jenseitige, terwijl de andere het diesseitige voorop stelde.

De scheiding tusschen de geloovigen en de wereld was in toonaangevende kringen scherp getrokken en zoo kwam er steeds meer afstand tusschen de historisch-Christelijke, dus overwegend orthodoxe vrouwenactie en de geheel politieke, godsdienstig-neutrale vrouwenbeweging. Er was een verbindingsschakel van invloedrijke vrouwen, die kerkelijk orthodox en politiek liberaal waren, maar de terreinen bleven gescheiden, omdat de onderwijskwestie na 1850 sterk inde politiek werd aangedraaid en ook hierin de protestantsche vrouwen niet één waren. Een Christelijke Vrouwenbeweging in sociaal-politieken zin ontstond toen niet.

Langzamerhand ontwikkelden zich daarop de middenstanden; de

Sluiten