Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

coëducatie werd algemeen; het vakonderwijs voor meisjes begon. Een deel van de jongere'generatie der Christelijke vrouwen kwam kalmpjes voortgaande in het spoor der Groen-Elout actie, als vrucht van zeer hoogstaand, niet-neutraal geschiedenis-onderwijs, als van zelf tot een inzien van het logische van het medeleven der vrouw in practisch-staatkundige kwesties.

Een ander, verreweg het grootste deel, voornamelijk uit de kleine bourgeoisie en de volksklasse, bleef, door gebrek aan vrijen tijd, onvoldoende ontwikkeling, na de schooljaren en 't conservatisme der kerkelijke organisaties (als catechisaties en meisjesvereenigingen), 't weinig sociale der preeken en ook door een verklaarbaren schroom en neiging tot het huiselijke, ons vrouwen eigen, op eerbiedigen afstand van hetgeen op wetenschap of politiek geleek en zedig benauwd voor alles, wat naar manhaftigheid zweemde.

Ook deze vrouwen en, wat misschien voor het publieke leven nog meer zegt, de mannen uit die kringen, zien, dat de maatschappelijke evoluties, de staatkundige veranderingen en de kerkelijke toestanden van dien aard zijn, dat grooter vrouwelijke invloed op 't publieke levensterrein niet langer mag ontbreken.

o. Eerst onderging - de maatschappij ingrijpende veranderingen, De door de vrouwen krachtig bevorderde actie tegen de prostitutie (1911) had zeer goede zedelijkheidswetten tengevolge; de actie tegen drankmisbruik; 't werk onder fabrieksarbeidsters; Pro Juventute; de voogdijraden en andere lichamen gaven prachtigen vrouwenarbeid te zien. Het beroepsleven werd voor vrouwen iets zeer gewoons gevonden en ook de vrouwen uit de beste Christelijke kringen, bewogen zich buiten philanthropie en kerkdijken arbeid, in het publieke leven, deden examens, aanvaardden dientengevolge betrekkingen.

b. De staat en de staatkunde verschilden ook van hetgeen zij vroeger geweest waren. Het parlement veranderde door de democratie van karakter. Wanneer woningtoezicht, kindervoeding, arbeid der gehuwde vrouw vóór en na zwangerschap ter sprake, wanneer het huisgezin zelfs, in behandeling kwam, werd de stem der vrouw onmisbaar en de oude dispuut-methode onverdragelyk. „Men moet wel een vaste overtuiging hebben, omtrent de superioriteit van het mannelijk geslacht, indien men het staatsbelang thans alleen gediend acht met een door de mannen te nemen beslissing." Niet de propagandiste, niet de feministe, maar de vrouw der Christelijke gemeenschap, die in 't oude Rome zelfs door een cynicus als Petronius onwillekeurig als „domina" werd aangesproken, in haar hooge waardigheid als Christin zal een invloed ten goede op ons staatkundig leven kunnen hebben.

Ons dienen in de politiek zal niet anders zijn, dan vollediger hulp bewijzen in sferen, waar onze medewerking nu reeds zijdelings wordt bewezen en gewaardeerd.

c. En ten slotte: de kerk. Op dit terrein nog geen voldoende vrouwenhulp. Wel een zoeken van de ambten door de vrouw,1) zelfs van die, waarin de man, als 't ware, God vertegenwoordigt en die

') Gevolg van het moderne feminisme.

Sluiten