Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dus inherent zijn aan het man-wezen, evenals de magistratuur in 't staatkundige — maar geen voldoende saamwerking in de meer vrouwelijke lijn der huisbezoekdiensten, het catechetisch onderwijs en de diaconale zorg — toch, voor wie toeziet, wel een kleine wolk als eener vrouwenhand.

In de Réveilkringen bloeide op, wat de Christelijke vrouw na 1795 had gemist: de achtergrond, die de samenwerking tusschen man en vrouw in het gezin, maar ook daarbuiten moet steunen.

Daar de kerk voor een deel God Drieëenig losliet, zoodat zij open stond voor alle rationalistische meeningen, voor een ander deel, het werk der vrouw vereenzelvigde met het afgesloten levensterrein en dus haar taak op aarde nog steeds niet ten vollle verstond, zorgde Gods Geest, dat de Chr. gemeenschap zich weer bewust werd, waar het om ging. Dit zal, naar wij hopen, door de pressie van het socialisme, ook in de kerk tot grootere openbaring komen.

III.

Wanneer wij de nooden op deze verschillende publieke levensterreinen overzien en de machten leeren kennen, die daar Christus het gezag en de leiding betwisten, dan voelen wij, wat ons, Christelijke vrouwen, nog aan moed ontbreekt tegenover de in onze dagen zoo heftig optredende socialistische vrouw. Wij gevoelen dan ook, dat we nog niet allen den geestdrift voor ons beginsel hebben, dien zij bezit, dat wij ons nog niet als een eenheid géven kunnen. Toch is de sociaal-democratische vrouwenbeweging nog jong.

Toen in 1872 Bebel en Liebknecht Sr., de eerste sociaal-democratische Rijksdagleden in Duitschland, tengevolge van hun houding in den Rijksdag gedurende den oorlog van 1870, in de staatsgevangenis te Hubertusburg, waren opgesloten, gebruikte Bebel, van oorsprong een R. Cath. Wanderbursche van 't draaiersvak, dien rusttijd om zich te ontwikkelen met behulp van Liebknecht.

Hij studeerde er economie en geschiedenis, las Stuart Mill, Marx, Thomas Moore, Plato, Aristoteles; vertaalde ten slotte: Etude sur la doctrine du Christianisme", als: „Wahre Gestalt des Christentums" en voegde daar als bijlage aan toe: „Ueber die Gegenwart und künftige Gestalt der Frau."

Dit werd aanleiding tot zijn werk: „Die Frau in die Vergangenheit, Gegenwart und Zukunft", dat als tweede druk heet: „Die Frau und das Sozialismus." Dit boek heeft grooten invloed gehad op de arbeidersvrouw in Duitschland en de ideeën erin vervat zijn ook ijverig gepropageerd in ons land; theoretisch door Mevr. Roland Holst, Enka, Mevr. Kruyt-Hogerzeil e. a. m. op lezingen en in geschriften-; practisch door Suze Groeneweg en andere sociaal-democratische vrouwen der arbeiderspartij.

Wij, positief Christelijke en tevens sociaal voelende vrouwen, kunnen onzen neus niet buiten de deur steken, of wij komen met die socialistische vrouwenbeweging in aanraking. Wij zien er de verwoestingen van om ons heen en wij ontdekken, in den klassenstrijd met schaamte, dat zij zeggen te doen, wat volgens hen, 't Christendom met al zijn phrases van naastenliefde, ongedaan liet.

Sluiten