Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gedachten wisseling»

Vier dames gaven zich op voor het debat, of het stellen van eenige vragen.

Mej. Joh. Naber (Amsterdam) betuigde haar instemming met het referaat der spreekster en vroeg, hoe spr. er over dacht, dat de vrouw in het politieke leven moet optreden — in eng gesloten vrouwenkringen, óf in samenwerking met de mannen.

Mej. K1 e y n antwoordde, dat volgens haar persoonlijke meening het optreden der Chr. vrouw in de politiek pas officieel begint met het gaan naar de stembus. Spr. is van meening, dat de vrouwen zich bij de bestaande partijen en kiesvereenigingen der mannen moeten aansluiten, doch dat ze daar flink haar vrouwelijken invloed moeten laten gelden en zich daartoe kunnen voorbereiden in eigen discussies en zoo met een opinie voor den dag zullen leeren komen.

Mej. Naber dankt nog met eenige vriendelijke woorden voor dit antwoord.

Mevr. Van Schelven (Rotterdam) zou graag weten, wat Spr. vindt van de coëducatie voor het meisje van 12—18 jaar. Moet de vóór-opvoeding tot de universiteit geheel verschillend zijn van die der jongens, opdat zij dan ook als vrouw aan de universiteit kan komen ?

Spr. antwoordt hierop, dat de coëducatie voor de meeste meisjes fnuikend is, daar zij te veel vrije manieren en mannelijke denkwijzen overnemen en niet als vrouwelijke vrouw aan de Universiteit verschijnen. Dit is nog een braakliggend terrein, dat nog voor veel verbetering, zooal niet algeheele splitsing der opleiding, vatbaar is. Spr. kon er uiteraard en om des tijds wille in haar referaat niet uitvoeriger over zijn.

Mej. de Bruin vraagt, welken kant we uitmoeten met onze meisjesvereenigingen.

Het antwoord hierop luidt, dat dit veel afhangt van het peil, waarop de meisjes staan. Behandeling der sociale vragen is zeker thans noodig, doch meestal zal 't geraden zijn eenvoudig te beginnen. Opklimmen kan men hierin altijd.

Mej. Tal ma (Utrecht) spreekt nog een woord over de coëducatie der a.s. meisjesstudenten. Volgens haar is de opleiding aan gymnasium en H. B. S. niet onvrouwelijk en voelen de meisjes zieh Voldoende vrouw, als zij student worden en is de generatie met de jongens-

IV. Van Vrouwenleven. (1813—1913). Uitg. Eömelingh en Co., Groningen).

V. Encyclopaedisch Handboek. De Vrouw, de Vrouwenbeweging en het Vrouwenvraagstuk.

De artikelen over:

a. Plaats en taak der vrouw in den Staat. O. De vrouw en de politiek.

c. De vrouw en de wetenschap. (Uitg. Elsevier's Maatschappij).

VI. Mevr. Roland Holst. De socialistische opvoeding der jeugd. (Uitg. Maatschappij v.h. H. A. Wakker en Co., Rotterdam).

VII. Mevr. Roland Holst. De maatschappelijke ontwikkeling en de bevrijding der vrouw. (Brusse. Uitg. Maatschappij, Rotterdam.)

Sluiten