Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

door onze zonde over de wereld is gekomen, genadiglijk willen temperen.

Christus heeft met name de vrouw vrijgemaakt van de boeien, waarin de zonde haar geklonken had.

Wij danken onze vrijheid aan onzen Heiland, die ze om ons verwierf. Ook de Christenvrouw is „tot vrijheid geroepen".

Wij vragen daarom geen vrijheid aan het moderne Heidendom, dat man en vrouw als gelijke nummers van de gemeenschap wil doen leven.

Wij vragen geen vrijheid. Want wij hebben vrijheid. Onze eigen Christelijke vrijheid. En als die vrijheid door den drang der wereldgebeurtenissen tot meerdere ontwikkeling komt, dan eerbiedigen wij hierin een bestel Gods, dan vreezen wij niet die ontwikkeling te aanvaarden, doch bevorderen haar zelfs. Ook wij, Christenvrouwen, durven, vrijmoedig en blijmoedig, „staan in de vrijheid, waarmede Christus ons vrij gemaakt heeft".

Maar ook alleen in die vrijheid. Wij willen niet de vrijheid van Psalm II: het verscheuren der banden, die God ons heeft opgelegd.

Christelijke vrijheid te bezitten is ons een onuitsprekelijk voorrecht. Want het is, ook voor ons, vrouwen, de hoogste vrijheid, die denkbaar is.

Maar deze schat, dien wij van onzen Heiland ontvangen hebben, legt ons ook een groote verantwoordelijkheid op.

Want ook de vrijheid der Christenvrouw is „duur gekocht". Laten wij ook dit nooit vergeten. Ook wij zijn onszelfs niet, maar in leven en sterven het eigendom van onzen Zaligmaker, die ons kocht met Zijn bloed.

De vrijheid, die wij danken aan onzen Heiland, werd voor ons verworven met een doel. Niet om onszelfs wille zijn wij vrij gemaakt maar om Gods wille. Opdat te niet zou gedaan worden, wat de zonde in ons vrouwelijk wezen bedorven heeft. Opdat weer onbelemmerd zou kunnen blinken die heerlijke roeping, waartoe God de zonde looze vrouw schiep: de roeping van te zijn eene hulpe. Onze banden zijn geslaakt, opdat onze handen te vrijer zouden zijn, om te helpen.

Christus heeft Zichzelf voor ons gegeven, ook opdat wij, Christelijke vrouwen, in den besten en hoogsten zin des woords vrouwen zouden zijn.

En daarom de meerdere vrijheid, die onze tijd ons brengt, zal voor ons beteekenen: meerdere vrijheid, om beter te helpen.

Vrij om te helpen, — ziedaar het ideaal van ons, Christenvrouwen, in dezen tijd.

Vrijheid en helpen, — vrijheid en dienen zijn waarlijk geen tegenstellingen. Wie dat meent, miskent den eigen aard der vrouw, onderschat haar 0|> helpen aangelegd wezen, verstaat niet het Christelijk levensgeheim, dat ook de Christenvrouw van dezen tijd kracht zal geven haar roeping te volbrengen.

Paulus verstond het, toen hij schreef aan de gemeente van Galatië, die hij met zooveel kracht tot de volle aanvaarding harer Christelijke vrijheid opwekte:

„Gij zijt tot vrijheid geroepen dient elkander door de liefde".

Ook Petrus zag zóó en niet anders de Christelijke vrijheid, toen

Sluiten