Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Geen wonder, dat tegenwoordig vele ouders wenschen dat hunne dochter voor iets zal worden opgeleid, ook al heeft zij dit uit een financiëel oogpunt niet strikt noodig.

„Ook al blijft mijn meisje eenige dochter, toch zal zij iets moeten worden", zeide eenmaal eene moeder tot mij.

Zulk eene moeder verstaat haar tijd en de nooden van het jonge meisjeshart.

Het is dus te hopen, dat het percentage der beroeplooze ongetrouwde

vrouwen steeds kleiner zal worden. Steeds kleiner ik zou het niet

geheel willen doen verdwijnen.

Er zijn vrouwen wier krachten geheel of grootendeels ingenomen worden door de verzorging van oude of ziekelijke ouders of bloedverwanten. Voor de statistiek zijn zij beroepsloos, maar ethisch gesproken hebben zij hun beroep thuis. Voor haar zou het verkeerd zijn, een treden uit den weg die God voor haar afgebakend heeft, indien zij terwille van een zelf gekozen loopbaan hare eerste plichten tehuis veronachtzaamden.

Ieder die een teer geweten heeft, nog meer ieder die zich door God laat leiden voelt spoedig genoeg waar de plicht haar roept en ontvangt ook de kracht om die te volbrengen. Men kan hier geen vaste regels stellen. Het huishouden heeft zich in de laatste halve eeuw zoozeer vereenvoudigd, dat het onmogelijk de krachten van meerdere dochters thuis in beslag kan nemen. Maar er zijn nu eenmaal meisjes en vrouwen die zich geheel aan huiselijke zorgen moeten wijden.

Eene vrouw die echter eene goede opleiding heeft genoten, die misschien vroeger een vak heeft beoefend, zal altijd meer zout in ziehzelvo hebben, zal zelfs in het meest prozaïsche leven toch waarschijnlijk eenigen tijd overhouden voor zelf-ontwikkeling, ook omdat zij geleerd heeft met haar tijd te woekeren. Maar ook al kon zij dit niet, haar taak is vanzelf aangewezen. En wie een duidelijk aangewezen taak heeft voelt zich gelukkig en bevredigd. Hier geldt het woord: Een iegelijk zij in zijn eigen gemoed ten volle verzekerd. (Kom. 14 : 5.)

Ik denk hierbij als vanzelf aan de schoone woorden van Frederick W. Robertsen: „Woman's subjection? What do say you to His? „Obedient", „a servant", „wherefore God also higly halt exalted Him" Me thinka a thoughtful, high minded woman would ecarcly feel degraded by a lot which assimilates her to the divinest man. He came „not to be ministered

unto but to minister" Trust me, a noble woman laying on herself the

duties of her sex, while fit for higher things — the world has nothing to show more like the Son of Man than that".x)

l) Frederick W. Robertsons Life and Letters. Deze woorden zijn moeilijk te vertalen, maar komen toch ongeveer hierop neer: „De onderwerping der Vrouw? "Wat zegt gij dan van de Zijne? „Gehoorzaam", „de gestaltenis eens dienstknechts", .daarom heeft God Hem ook uitermate verhoogd". Mij dunkt eene nadenkende,'hoog gevoelende vrouw kan zich niet vernederd voelen door een lot dat haar nader brengt tot den goddelijksten Man. Hij kwam „met cm gediend te worden maar om te dienen" Geloof mij, eene edele vrouw die de vrouwelijke plichten op zich neemt terwijl zij voor hooger dingen bekwaam is — er is niets ter wereld (Jat meer gelijkt op den Zoon des Menschen dan dat.

Sluiten