Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE BEROEPSARBEID DER GEHUWDE VROUW

Door Prof. Dr. H. Bavinck.

Van arbeid spreekt men ook wel in natuurwetenschappelijken zin en verstaat er dan onder alle krachtverbruik, dat in de anorganische en organische wereld plaats grijpt; maar speciaal denken we daarbij toch aan de bewuste, opzettelijke en doelmatige werkzaamheid van den mensen, waardoor hij de natuur aan zich onderwerpt en aan de cultuur het aanzijn geeft.

Die arbeid is van den aanvang af aan den mensch eigen geweest; hij werd hem niet eerst vanwege zijne overtreding van Gods gebod opgelegd, maar was met zijne schepping gegeven en| lag opgesloten in het beeld Gods, waarnaar hij geschapen was; want God is niet ledig, maar werkt altijd. De onderwerping der aarde was de taak, waartoe hij aanstonds met zijne schepping geroepen werd; omdat hij beeld Gods was, moest hij heer der aarde zijn. De indeeling der week staat daarmede in verband; zes dagen moest de mensch arbeiden, om daarna op den zevenden dag naar het voorbeeld zijns Makers te rusten.

Arbeid is daarom op zichzelf geen vloek, maar een zegen. Hij beantwoordt aan de psychische en physische natuur van den mensch, die op de wisseling van werken en rusten, van inspanning en ontspanning aangelegd is; en hij is niet alleen not dig voor de uitoefening van 's menschen heerschappij over de wereld, maar evenzeer tot ontwikkeling van zijne eigene gaven en krachten, tot sterking van zijne spieren en zenuwen, tot verrijking van zijn ziel en zijn geest, tot vorming zijner gansche persoonlijkheid.

Eerst tengevolge der zonde is deze arbeid met moeite en verdriet verbonden. Het vreugderijke en verheffende is er dikwerf uit weggenomen, omdat het aardrijk om des menscheri wil vervloekt is, en de mensch daaruit alle dagen zijns levens moet eten met smart. De mensch wordt thans tot arbeid en jöoeite geboren, zoo vanzelfsprekend en natuurlijk, als de spranken der vurige kolen zieh verheffen tot vliegen, Job 5 : 7. Ook zoo is de arbeid nog veelszins ten| zegen; hij blijft de vruchten dragen, die uit zijne eigene natuur voortkomen; hij blijft een uitnemend middel tot ontwikkeling der persoonlijkheid en tot onderwerping der aarde. Maar de ongerechtigheid maakt dien arbeid toc-h menigmaal moeilijk en zwaar, zoodat eene overdreven verheerlijking van den; arbeid uit reactie een pleidooi voor het recht der luiheid in het leven roept, welke anders toch niet ten onrechte een oorkussen van den duivel heet.

In het derde hoofdstuk van Genesis wordt verder aan den man de arbeid opgedragen, aan de vrouw de belofte van het moederschap geschonken. Dit onderscheid van levenstaak is geeni tegenstelling; want als de man arbeidt in het zweet zijns aanschijns, dan werkt hij daarmede aan den bouw en de instandhouding van het gezin, waarvan hij het hoofd is; en als de vrouw de belofte van het smartvolle moederschap ontvangt, dan ligt daarin ook de roeping opgesloten, om hare kinderen te verzorgen en op te voeden, en

Sluiten