Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En ala datzelfde verschijnsel in de burgerklasse zich voordoet, dan speelt daarbij ook de nieuwe denkwijze eene rol, die van hart en hoofd der jeugdige vrouw zich heeft meester gemaakt. In de derde plaats zq hieraan nog toegevoegd, dat het huisgezin, in onderscheiding van de familie in vroeger tijd, in den( regel tot ouders en kinderen beperkt en dus aanmerkelijk ingekrompen isi. Maar daardoor heeft het toch tevens een veel intiemer karakter verkregen, komt dte individualiteit van ieder lid dea gezins veel beter tot haar recht, heeft de vrouw gewonnen aan zelfstandigheid, en wordt er van de opvoeding der kinderen, en van elk kind in bet bijzonder, veel meer werk gemaakt. Die familiezin ia verzwakt, omdat bloedverwantschap en stand van minder beteekenis worden geacht; maar de vrije genegenheid, die ouders en kinderen aan elkander verbindt, is daarmede niet gestorven; zij is er veeleer inniger en dieper door geworden.

In de richting van het socialistisch feminisme is dus evenmin de oplossing te zoeken, als in het absolute verbod van den beroeps- of loonarbeid der gehuwde vrouw. De oplossing zou op niets minder komen te ttaan, dan op ontbinding van het huisgezin en verbreking van den huwelijksband. En de economische zelfstandigheid, die er mede beoogd wordt, zou er toch niet door bereikt worden en is ook op zichzelve volstrekt geen ideaal. De Amerikaansche vrouw, die profiteert van elke vereenvoudigde en| doelmatige inrichting van bet huisgezin, haar vrijen tijd buitenshuis doorbrengt en man en kinderen aan hun lot overlaat, is geen voorbeeld, dat navolging verdient. Veel hooger staat voor de vrouw de arbeid in en voor het gezin, want deze is in den regel de beste gelegenheid, om hare eigenaardige gaven te ontwikkelen en om haar, door het huisgezin heen, tot een onwaardeerbaren zegen te stellen voor maatschappij en kerk enJ staat.

Maar indien de genoemde pogingen, om verbetering in den toestand te brengen, om afdoende redenen te verwerpen zijn, welke maatregelen blqven er dan over, om de arbeidende, gehuwde vrouw te hulp te komen? Het socialisme moge op onzen steun niet kunnen rekenen; het individualisme, dat ieder naar zijne eigene krachten verwijst, en de theorie van het „laisser aller, laisser passer" huldigt, bewees reeds in eene vroegere periode zijne ongenoegzaamheid en kan ook thans niet bevredigen. Het vergeet, dat velen! arm en zwak, hulpeloos en hulpbehoevend zijn, en is in zijn wezen niet alleen onbarmhartig, maar ook onrechtvaardig.

Bij de beantwoording dezer vraag sta nu op den voorgrond, dat tusschen individu en Staat nog die rijkgelede, veelvormige gemeenschap instaat, welke gewoonlijk als de maatschappij wordt aangeduid. In die maatschappij werken allerlei krachten, degenereerende en regenereerende, ontbindende en verwoestende, maar ook behoudende en herstellende. Het leven dier maatschappij is in voortdurende wisseling en beweging; actie en reactie, inspanning en ontspanning, arbeid en rust, vraag en aanbod, vooruitgang en terugtred, wisselen elkaar gestadig af, als vloed

Sluiten