Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nu. Wat de man met zyn sociale overdenking niet kan, doet de vrouw met haar sociale ontroering (applaus). In dit teeken moet het congres staan: dat we zyn voorttrekkers van een eiken christelyk type (applaus).

De v o o r zi 11 e r merkt op, dat geen angst voor den Staat het congres beneerscht. Niemand onder ons wil geen christelijke Staatszorg. Al het dusver gesprokene is in overeenstemming met wat Dr. Kromstet wil (applaus). &

De heer W. Kok (Den Haag) bestrijdt mej. Crommelin in zake de quaestie van het gelijke loon voor man en vrouw. De referente zegt dat de vakbonden in de kleedingindustrie het bestaande verschil erkennen. Zeker zyn de cyfers die mej. Crommelin voor Amsterdam Seeft J'«ist: In Den Haag en Rotterdam is het nog erger. In 1916 werd daar niet meer bereikt dan .15 % toeslag, maar zonder dat de regelloosheid werd weggenomen. Dit alles wordt echter niet als rechtmatig erkend. De werklieden in de kleedingindustrie zijn in Den Haag niet in vakbonden georganiseerd: vandaar dat er minder •ïüÜ6»^ ^Grd dan in Amsterdam- De mannen in het dameskleedingbedryf zyn veel geoefender dan de vrouwen. Onder tien mannelijke arbeiders zyn er zes boven de 30 jaar. Onder tien vrouwen zes beneden 20. By het mannenloon worden vooral' de behoeften naar voren gebracht. Het verlangde loon is eigenlijk gezinsloon, geen grondtoon. Men zou dus eerst moeten uitmaken hoe groot het grondtoon is. Spr. verbaast er zich over, dat de referente eigenlijk een pleidooi hield voor de neutrale vakbonden. De Christelijke organisatie groeit en gaat naar de 1000 leden. We mogen geen steun zoeken in niet-Christelyke organisaties. Onze menschen denken er niet meer aan. Maar dan moet er ook veel sociale ontroering zijn. We moeten strijden voor recht en naastenliefde. Het moet ons te doen zijn om toepassing van het recht, dat uit God is, tot zegen van alle klassen der maatschappij.

De heer W. C. F. Scheps (Den Haag) vraagt een opheldering over de laatste zinsnede van pag. 48 der referaten. Hij had de gevaren graag iets uitvoeriger behandeld gezien. Op bet platteland zyn velen lang niet sympathiek gestemd. Hy vraagt of de gevaren niet grooter zyn, dan referente meent en grooter ook dan de voordeelen.

De heer Jhr. Mr. D. J. de Geer (Den Haag) is niet bevredigd door Prof. Bavinck. De lyn, die hy in het referaat ge wenscht had, wordt er in gemist. De ontheffing van den gezinsarbeid wordt er in verworpen, maar ook de ontheffing van den fabrieksarbeid. Er is een tusschenweg, die van bescherming. Wat Prof. Bavinck daarvan zegt is weinig. Alleen punt 4 komt hier in aanmerking. Enkele bedrijven moeten voor de vrouw gesloten blyven. Gelden daartegen echter niet alle bezwaren, die Prof. Bavinck aanvoert tegen een absoluut verbod? Al zyn argumenten zijn ontleend aan de doctrinair liberale school. Spr. herinnert aan de geschiedenis van de Speetwet: toen vroegen de vrouwen zelf uitbreiding van den toegestanen arbeid. Spr. wil Minister Aalberse steunen ter zake van het algemeen verbod, dat deze stellen wil. De formeele vrijheid, die men niet aanranden wil, is vaak economische onvrijheid. Het argument van de economische noodzaak acht hy onhoudbaar. Voorts brengt hy de quaestie

Sluiten