Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het is voor ons doel genoeg met enkele woorden aan te wijzen, hoe de loonvraag voor het gezinsleven van een voortdurend grooter deel van de bevolking een vraag van de voornaamste beteekenis werd.

Die vraag heeft bij den overgang van de 18de tot de 19de eeuw, door Sombart als de perioden van Frühkapitalismus en Hochkapitalismus onderscheiden, bovendien een verscherpt karakter. Er viel klacht over een stilstand in de ontwikkeling van den arbeid. Het scheen, dat men niet verder kon; de arbeidsverdeeling had haar grens bereikt; de technische hulpmiddelen waren niet voldoende om de productie op een behoorlijk peü te brengen, en de grondstof, welke destijds bijna uitsluitend! verwerkt werd, bet hout, raakte op. Indien de machine, die bestemd was om de productie in de 19de eeuw op vroeger ongekende wijze te vermenigvuldigen en het daarmee gepaard gaande gebruik van evenzoo te voren onbekende grondstoffen geen uitweg hadden gebracht, zou men destijds ook waarschijnlijk zijn vastgeloopen.

Maar het was een uitweg, die geen verandering bracht in het proces ran de arbeidsverhoudingen; eer was het tegendeel het geval. De afstand tusschen ondernemers en arbeiders werd grooter; de machine nam een aanzienlijk deel van het werk over; de behoefte aan arbeiders was geringer dan er beschikbaar waren en de productie, hoewel door de machine vermeerderd, werd toch door de geringe koopkracht van de bevolking als gevolg van de gevoerde oorlogen in het algemeen tegengehouden.

Zoowel het een als het ander had op de loonen een drukkenden invloed. De loonen daalden eni dit wel in die mate, dat voor het onderhoud van het gezin van den arbeider hulp moest worden gezocht in middelen, welke het gezinsleven en zijn ontwikkeling ernstig schaadden.

Hier ligt dan ook de verklaring van de beweging, die in de verschillende landen van ons werelddeel, in het eene wat vroeger dan in het andere, is opgekomen om verandering te krijgen; een beweging, die zich vooral in Engeland aanstonds richtte op een verhooging van het loon.

De practijk zelve stelde dé loonvraag aan de orde, terwijl de theoretische behandeling daarvan eerst later volgde. Naarmate bij de ontwikkeling van het industriëele leven en de groo^ere winsten, daaruit verkregen, de overtuiging zich opdrong, dat het loon van den arbeider daarin 'een grooter aandeel behoorde te ontvangen, ging men zich rekenschap geven van de vraag, welk deel dit zijn moest, en wat eigenlijk de grondslag van het arbeidsloon uitmaakte.

Dit gebeurde onder den drang der reactie, die ontstond tegen de werking van een stelsel, dat den arbeider tot een verlengstuk van de machine verlaagde; laat het zijn een veelszins onmisbaar en daarom kostbaar verlengstuk, maar waarbij de eischen werden miskend van het menschelijk leven, gelq'k dit door God is geschapen en gewild.

Misschien trof die miskenning, zooals reeds even werd aangeduid, het gevoeligst ten opzichte van het gezin. Door het te lage loon kwam dit in de klem. De gezinsvorming, die ook naar het getuigenis der Schrift de weelde van het menschelijk leven uitmaakt en waarin de onderschei-

Sluiten