Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vervalt als vanzelf, de arbeiders worden zelf in breede massa's kapitalist, de klassenstrijd beeft zijn hoofdoorzaak verloren. De arbeiders gaan nu werken voor hun eigen fabriek, hun eigen bedrijf, hun eigen onderneming. Zoo komt aan de gescheidenheid van producenten en productiemiddelen al meer een einde, zoo is de bestaande disharmonie opgeheven. De arbeiders zijn nu niet meer het loonproletariaat, dat slechts zijn arbeidskracht kan verkoopjen, zij zqn mede-bezitters geworden, aan hen is mede voor een deel de beslissing, het gaat hun alles mede aan. De arbeiders zijn voor een belangrijk deel zelf mede-ondernemers geworden; de leiders der productie worden mede door de arbeiders-aandeelhouders gekozen. Zoo is de klassentegenstelling in den grond opgeheven.

„Dit alles zal ten slotte der productie ten goede komen, wijl de arbeidslust, de arbeidskracht, door het arbeiden voor eigen zaak zoo sterk wordt geprikkeld5'. *)

Later kan men wellicht meer gaan in de lijn van zuivere coöperaties. Thans is dit over breede lijn nog niet mogelijk. Niet alleen de vakvereenigingen moeten, meent Mr. van de Laar, den eisch van bedrijfsmedebezit stellen, ook de Overheid moet een gaan in deze lijn door de wetgeving met kracht bevorderen. De wijze waarop dit laatste moet geschieden, wordt niet duidelijk aangegeven.

Het citaat uit de Klaroen vat feitelijk alle voordeelen saam, die van het participatiestelsel, straks uitgebouwd tot een systeem van bedrijfsmedebezit, worden verwacht.

Sceptisch staan daartegenover vele sociaal-democraten. Dit is te begrijpen. Alles, wat van „burgerlijke" zijde wordt aangeprezen en de strekking heeft om „kapitaal" en „arbeid" te verzoenen, staat bij den echten volgeling van Marz in ongunst. Wie meent, dat eeif nieuwe en betere Maatschappij, vooral door het voeren van den „klassenstrijd" in het leven zal worden geroepen, heeft allicht niet veel op met pogingen, die den socialen vrede bedoelen te bevorderen. J. Braun schreef in Die neue Zeit van 1886, dat onder het mom der winstdeeling de ergste uitbuiting schuilde. Ten onzent trok F. v. d. Goes tegen de „modelfabrieken" ten strijde. Erkend moet, dat vele „modelfabrikanten", vooral in een vroegere periode, door hun optreden tegen de vakbeweging, hun bestrijding van de sociale wetgeving het er naar gemaakt hebben, dat aan de doeltreffendheid van hun systeem, ja zelfs aan hun nobele aspiraties, min of meer werd' getwijfeld.

Toch kwam men allengs in den revisionistischen hoek minder scherp te btaan tegenover het participatiestelsel. De Belg Louis Bertrand bchreef er met sympathie over. En Edmond Fiecher merkte zelfs op, dat een onderneming als die van Z e i s z in Jena de socialistische gedachte nader stond dan menig staatsbedrijf. 2)

Zoo werd van alle zijden warm voor het systeem van winstdeeling en bedrijfsmedebezit gepleit. Vele ideaal-aangelegde practici hebben het in

*•) De Klaroen, 2e pag. no. 26, 11 Aug. 1910, blz. 416 v.v. *) Sozialistische Momatshefte, 1916, 2e deel, blz. 909.

Sluiten