Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De afzonderlijke overeenkomsten tusschen eeö ondernemer en de bepaalde, in zijn bedrijf werkzame arbeiders, zijn uit vakvereenigingsoogpunt niet zonder bedenking. Zij breken een krachtige actie over de geheele 1 ij n. Tegenover het voordeel, dat sommigen genieten, kunnen nadeelen staan voor anderen. Msschien wordt een dividend uitgekeerd van 5 of 10 pet. van het loon. Maar door het ontbreken van een gemeenscnappelijke actie blijven! de toonverschillen in dezelfde groep van ondernemingen wel 15 pet. bedragen. Op den duur schept dit een toestand, die schadelijk is ook voor het „modelbedrqf", tenzij dit over een zeker monopolie beschikt of in een bijzondere conditie verkeert. Maar in elk geval achten de arbeiders dit breken van hun gemeenschappelijke kracht, die zq' vooral bij hun actie tegen minder nobele ondernemers niet missen kunnen!, een groot nadeel.

Zij zien dan ook liever, dat de werkgever zijn arbeiders op een andere wijze laat gevoelen, dat het zijn onderneming goed gaat. Hij werke het pogen van de organisatie, die uit den drang van het arbeidersleven is opgekomen, zooveel mogelijk in de hand. Allereerst door zijn inrichting te stellen tot een voorbeeld voor anderen ten aanzien! van de meest stipte handhaving van het loontarief, de werkuren en de andere arbeidsvoorwaarden. Dit zal er toe leiden, dat ook de werklieden in andere inrichtingen gemakkelijk aan dezelfde voorschriften de hand kunnen houden. Wil hq nog meer doen, dan zal hij een toeslag kunnen geven op het gewone standaardtarief, den arbeidsduur kunnen verkorten zonder loonsvermindering, een pensioenfonds in het leven kunnen roepen met recht op eenige uitkeering aan wie na zekeren tijd, maar vóór het bereiken van den pensioenleeftijd de onderneming verlaat, of wel — wat straks wellicht nog juister is — door extra-stortingen bij den Staat de peneioenen der werklieden verhoogen. In één woord, hij kan allerlei maatregelen nemen, die de belangengemeenschap van zijn arbeiders met de werklieden van andere bedrijven niet verstoort.

Erkend moet evenwel, dat een toepassing van het participatiestelsel mogelijk is, waarbij het bezwaar der Vakvereenigingen wordt ondervangen. Maar in den regel zat juist de bedoeling voor, om de arbeiders te isoleeren, om hen te binden aan een bepaalde onderneming. Wordt het winstaandeel niet geheel uitgekeerd, maar in de zaak belegd, dan is die gebondenheid natuurlijk in zeer sterke mate aanwezig.

Toch moet, naar het ons wil voorkomen, om al deze bezwaren, een gaan in de lijn van winstdeeling en bedrijfsmedebezit, door de arbeidersbeweging niet absoluut worden veroordeeld. Evenmin als de productieve coöperatie, los van de verhruiksvereeniging, volstrekt moet worden afgewezen. Er is bij profit-sharing en co-partnership een toepassing mogelijk, waarbij de actie der Vakvereenigingen voor een hooger standaardloon over de geheele lqn niet wordt belemmerd. De ondernemer bereikt door de winstuitkeering dan eenvoudig dat hij de beste arbeiders aan zqn zaak kan verbinden. Hq zon dit resultaat ook kunnen bereiken door een wekelijkschen toeslag op bet loon, bij collectief contract • bedongen. Maar de uitkeering van een

Sluiten