Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verbonden. Zoodat bet ons niet behoeft te verwonderen, dat een op gezonden grondslag berustend stelsel van winstdeeling geen toepassing op breede schaal vond.

Evenwel — wordt aan alle bepalingen eener collectieve arbeidsovereenkomst voldaan, is er geen sprake van het op zij schuiven der Vakvereenigingen, dan zien; wij van het standpunt der arbeidersbeweging tegen winstuitkeeringen aan het personeel in de gewone particuliere bedrijven vevenmin bezwaar als tegen soortgelijke uitkeeringen aan de werklieden iin coöperatieve verbruiksondernemingen. Zij kunnen ook voor den bloei der bedrijven goede gevolgen hebben. Men kan, zooals reeds gezegd, de beste arbeiders aan het bedrijf verbinden. En zijn de bedrijfsuitkomsten in hoofdzaak afhankelijk van de wijze, waarop de arbeiders hun taak verrichten, dan ligt er in het variëerende winstaandeel zeer zeker een aansporing tot nauwgezette plichtsbetrachting. Vandaar ook, dat bijv. in de beroemde fabriek van optische instrumenten van Carl Zeiss te Jena, de proef met winstuitkeeringen zoo uitnemend slaagde. Men heeft hier te doen met hoog-gequalificeerden arbeid, die met groote nauwkeurigheid verricht behoort te worden. Daaraan hangt voor de onderneming .alles. Bij Zeiss speelt de technisch hoog-ontwikkelde arbeider in het bedrijf een zeer voorname rol.

Dit is lang niet in alle ondernemingen het geval. Soms is het welslagen in hooge mate afhankelijk van de conjunctuur, van de koopmansgave van den ondernemer of van allerlei andere factoren, waarop de arbeider, ondanks al zijn inspanning, geen invloed uitoefenen kan. Dit maakt de maatschapsgedaehte niet alleen principieel min of meer aanvechtbaar, maar verhindert ook, dat haar toepassing steeds aan het bedrijf in beduidende mate ten goede kan komen.

De winstuitkeering, in den geest als tot dusver besproken, is en blijft een loonvorm, die voor- en nadeelen heeft, maar die in elk geval de positie der arbeiders niet belangrijk wijzigt.

Anders staat het zeker met een wezenlijk deelgenootschap, met een voUedig systeem van bedrijfsmedebezit. Omvat dit medezeggenschap in heel de bedrijfsexploitatie, dan valt niet te ontkennen, dat de positie der arbeiders hierdoor, althans in principe, een groote verandering ondergaat. Zij zijn niet meer radicaal gescheiden van de productiemiddelen. Zij houden op, enkel „loonarbeiders" te zijn, die hun arbeidskracht in anderer dienst besteden. Zij zijn mede-bezitters, mede-ondernemers geworden. Als arbeiders-aandeelhouders hebben zij ook invloed op den gang van zaken in het bedrijf.

Principieel bezwaar tegen dit systeem hebben wij evenmin als tegen de productieve coöperatie of tegen! het pogen, om van landarbeiders kleine boeren te maken. Wij zijn niet zóó dogmatisch, dat wij alle arbeiders per se willen binden aan één onfeilbaar middel, dat hen bij toepassing brengen kan op hooger niveau.

Practisch zijn de moeilijkheden bij bedrijfsmedebezit minder groot dan

Sluiten