Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIERDE DAG,

Morgenvergadering.

MAATSCHAPPELIJKE ORGANISATIE. Referenten: Prof. Dr. J. R. Slotemaker de Bruine (theoretisch), H. Diemer (praktisch).

ORGANISATIE DER MAATSCHAPPIJ.

Door Prof. Dr. J. R. Slotemaker de Bruine.

i

Het onderwerp, dat in deze bladzijden wordt behandeld, heeft voor de christelijk-sociale strevingen een extra belangwekkenden kant. Terwijl het ons natuurlijk binnenvoert in het tastbare leven met al zijn vragen in zake organisatie en al zijn quaesties van practijk, onderstelt het toch voortdurend een bepaalde geestelijke overtuiging. En dan wel zoo, dat deze overtuiging niet wordt aangehecht, maar dat zij den onmisbaren ondergrond vormt voor den geheelen bovenbouw. En dat zij zelfs daar werkzaam is, waar zij niet herkend wordt; ja, waar zij niet eenmaal wordt aanvaard.

Menigmaal moet het tegendeel geconstateerd worden en vormen het geestelijke en het sociale een tegenstelling of komen zij slechts in zeer losse aaneenschakeling voor.

Een tegenstelling daar, waar dit geestelijke louter betrekking heeft op den inwendigen mensch, op ons zieleleven en, ons eeuwig bestaan, terwijl het sociale zich beperkt tot de aarde en het stoffelijke als zoodanig. De beide grootheden hebben dan met elkander niets van doen. En die het diepst geestelijk gevoelen, laten de sociale vragen ter zijde; die het meest krachtig sociaal gevoelen, laten het Christendom voor wat het is. Terwijl degenen, die toch tusschen deze beide grootheden een samenbinding zoeken, zich telkens als heen en weder geworpen voelen.

Of er is louter een losse aaneenschakeling. Door de sociale uiteenzetting en de sociale studie worden eenige christelijke termen heengevlochten, waarbij men bijna den indruk krijgt, dat het Christendom in het sociale wordt ingelardeerd. Of wel, men gaat van bepaald christelijk standpunt uit en onderzoekt dan voortdurend de beginselen en peinst over de vraag, welke toepassing zij vergen; maar zóó, dat men in dit onderzoek steken blijfj: en zonder dat het ooit tot daden1 komt.

Sluiten